Standpunt NVAB met betrekking tot Werkgeverstesten.nl

18 februari 2021

De overheid heeft een regeling in het leven geroepen om werkgevers tegemoet te komen die personeel met corona-klachten willen laten testen, met onder meer een financiële vergoeding. We zien op dit moment twee drempels voor de bedrijfsarts ontstaan: de veiligheid van CoronIT en de positie van de bedrijfsarts bij het aanvragen van financiële vergoeding voor de werkgever. Daarop hebben we in een brief aan minister de Jonge van VWS op 16-2-2021 om een reactie hebben gevraagd. Hieronder lees je meer informatie en ons advies.

De NVAB vindt het vergroten van de (snel)testcapaciteit als middel om de grote sociale en economische pandemiegevolgen te verminderen een goede zaak, ook als dat via de werkgever wordt georganiseerd. Sinds 1 februari 2021 kunnen werkgevers die personeel met corona-klachten willen laten testen dat zelf organiseren met een toolkit die ontwikkeld is door VNO-NCW/MKB-NL in samenwerking met onder meer de ministeries van VWS en SWZ, OVAL en NVAB. De toolkit en regeling zijn gepubliceerd op www.werkgeverstesten.nl.

Inbreng NVAB

Onze inbreng bij het overleg:

  1. Sneltesten zijn idealiter onderdeel van risicobewust preventiebeleid van een werkgever en mogen geen reden zijn om werkgebonden besmettingsrisico’s te negeren, ook niet vanuit inzetbaarheidsoverwegingen. De regeling wijst daar duidelijk op. Daar zien wij een pleidooi in om op te trekken met de bedrijfsarts en/of arbodienst.
  2. De sensitiviteit van sneltesten laat nog steeds te wensen over, vooral bij mensen zonder klachten. De huidige regeling is dan ook gericht op het uitsluitend testen van mensen mét klachten. Daarmee zijn sneltesten dus ongeschikt voor een beleid tot behoud van inzetbaarheid van werknemers (beperken verzuim). Het verkrijgen van zekerheid over het wel/niet besmettelijk zijn van werknemers is met sneltesten immers niet mogelijk.
  3. Sneltesten moeten altijd op de professioneel juiste wijze worden uitgevoerd, en de afhandeling moet conform wettelijke voorschriften gebeuren. Denk daarbij aan de (LCI) richtlijnen en het handhavingskader van de I-GJ. Medisch toezicht door de bedrijfsarts en melding van positieve uitslagen aan de GGD moet daarbij onder meer geborgd zijn.

We zien op dit moment twee drempels voor de bedrijfsarts ontstaan.

Datalek CoronIT

In de media is uitvoerig bericht over een datalek in CoronIT. We hebben daar onze zorgen over geuit. Geheimhouding en vertrouwelijke omgang met bijzondere persoonsgegevens is voor bedrijfsartsen, net als voor alle artsen in Nederland van eminent belang. We hebben de minister gevraagd garanties te geven dat CoronIT veilig is voor alle gegevens die bedrijfsartsen worden geacht in te voeren. Daarnaast hebben we de minister gevraagd aansprakelijkheid te erkennen voor eventuele claims en boetes van de Autoriteit Persoonsgegevens als gevolg van deze aanlevering. Daarmee sluiten we ons aan bij een overeenkomstig verzoek van OVAL.

Financiële regeling

Onderdeel van de regeling is een financiële vergoeding. Die is bedoeld als tegemoetkoming voor werkgevers die sneltesten zelf willen gaan organiseren. Het ministerie van SZW die de financiële regeling uitvoert, hanteert evenwel de voorwaarde dat de vergoeding alleen door een bedrijfsarts of arbodienst kan worden aangevraagd. NVAB en OVAL zijn hier geen voorstander van omdat de bedrijfsarts hierdoor in een ongewenste positie als een financiële intermediair tussen overheid, externe partijen en de werkgever kan komen. Risico is dat de bedrijfsarts daarmee verantwoordelijk is, zonder dat hij inhoudelijk betrokken is bij de vormgeving en uitvoering van het testen.

Zo gaan commerciële partijen op zoek naar bedrijfsartsen die voor hun diensten de medische verantwoordelijkheid willen dragen en de vergoedingsregeling kunnen aanspreken. Er zijn ook commerciële partijen die hun tarieven afstemmen op de vergoedingsregeling, en de werkgever onverkort naar hun arbodienst of bedrijfsarts sturen om het geld bij de overheid te innen. En soms vragen werkgevers hetzelfde met als doel de uitvoering door een andere partij te laten doen. Dat betekent dat bedrijfsartsen gevraagd wordt wel de verantwoordelijkheid te accepteren voor de uitvoering, maar zonder zicht en invloed op die praktijk. Wij vinden dat je als bedrijfsarts alleen medisch verantwoordelijk kunt zijn wanneer je je dat zicht en die invloed wel hebt. Omdat we begrijpen dat het zonder meer weigeren van zo’n verzoek lastig kan zijn en zelfs voor spanning in de relatie met de werkgever kan zorgen, delen we graag dit NVAB advies met je.

Advies NVAB

Een bedrijfsarts kan een rol spelen bij het opzetten van een testfaciliteit door een werkgever. Maar elke bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk een eigen afweging te maken om dat wel of niet te doen. Daarbij spelen zowel zakelijke als professionele factoren een rol:

  • Is je kennis en kunde voldoende paraat en toereikend om medische verantwoordelijkheid te nemen?
  • Kun je daadwerkelijk het toezicht uitvoeren dat hoort bij deze verantwoordelijkheid?
  • Ben je bereid de overeenkomst aan te gaan met de Rijksoverheid, waarbij je onder meer tekent voor de Algemene Inkoopvoorwaarden Rijksoverheid (ARVODI-2018)?
  • Ben je bereid en in staat garant te staan voor een goede uitvoering van de financiële regeling?

Is jouw antwoord op een van deze vragen ‘nee’? Dan zou dat ook de boodschap aan de werkgever moeten zijn.

Heb je hier nog geen vragen over gehad? Neem dan deze gelegenheid om zelf met de werkgever te praten over de mogelijkheden van testen in relatie tot werk.

Zie ook