‘Als wetenschap en praktijk nauw samenwerken worden interventies gewoon beter’ - interview

2 november 2020

Bruggenbouwers zijn het, allebei. Carel Hulshof was de eerste bijzonder hoogleraar Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde vanuit de NVAB in Nederland, Frederieke Schaafsma is zijn opvolger. Met één voet in de praktijk en de andere in onderzoek brengen ze vraag en antwoord samen. Hulshof: “Deze passie delen we. En dat werkt erg aanstekelijk.” In gesprek met twee bevlogen bedrijfsartsen met hart voor de wetenschap.

Carel Hulshof  Frederieke Schaafsma, bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe hing de vlag erbij toen de NVAB deze leerstoel in het leven riep?

Hulshof: “Toen ik in 2011 aantrad, was de wetenschappelijke basis en de representatie van het vak arbeids- en bedrijfsgeneeskunde op de academie nog vrij minimaal. Dat is het eigenlijk nog steeds. We pleiten er vanuit de NVAB al ruim 25 jaar voor dat aan elke medische faculteit minimaal een hoogleraar op het gebied van de arbeids- en bedrijfsgeneeskunde zou moeten zijn. Een vak dat door zoveel artsen wordt uitgeoefend verdient ook een goede vertegenwoordiging in de wetenschap.” Schaafsma: “Helemaal mee eens. Ons vakgebied is belangrijk binnen de sociale geneeskunde door de verbintenis met maatschappelijk relevante thema’s. Het zou goed zijn als daar op alle umc’s aandacht voor is. Een leerstoel draagt daar aan bij.”

Wat heeft deze eerste NVAB-leerstoel in negen jaar zoal opgeleverd?

Hulshof: “Zo’n leerstoel is een aanstelling voor één dag per week. Daar moet je geen wonderen van verwachten. Wel is het goed voor de uitstraling van ons vak. Met de leerstoel laat de NVAB zien dat we als professionals veel waarde hechten aan de wetenschappelijke onderbouwing van ons werk. Bovendien: zo’n leerstoel zet ons vak toch even in de spotlights. Dat merkte ik ook aan de talloze keren dat ik ben gevraagd om te opponeren bij promoties of om bij te dragen aan discussies over thema’s als preventief medisch onderzoek of sociaal-medische begeleiding bij mensen met een chronische aandoening.” Schaafsma: “Carel heeft veel bereikt op het gebied van richtlijnontwikkeling. Daarmee heeft hij voor het veld goed zichtbaar gemaakt wat de NVAB kan betekenen in de professionalisering en zichtbaarheid van ons vak.” Hulshof: “Dat was inderdaad een grote wens van mij, om de wetenschappelijke basis van ons vak te verstevigen met documenten waarin alle beschikbare kennis over een bepaald thema overzichtelijk en zo gebruiksvriendelijk mogelijk bij elkaar komt. Eind jaren 90 ben ik samen met collega-bedrijfsarts André Weel in binnen- en buitenland op zoek gegaan naar een systematiek voor richtlijnontwikkeling die ons aanstond. Dat leidde destijds, mede doordat er ook twee promotieonderzoeken liepen, tot twee voorbeelden. Eén over de begeleiding van mensen met rugklachten en een over de begeleiding van mensen bij overspannenheid. Die eerste voorbeelden van richtlijnen zijn goed ontvangen. Het ministerie van Sociale Zaken besloot daarop om subsidie te geven voor verdere uitwerking.”

Het volledige interview verschijnt in TBV van 6 november 2020

Ter gelegenheid van de BG-dag 2020 kun je het nu al downloaden. Doe dat en lees de antwoorden op vragen als 'Hoe werden de eerste richtlijnen ontvangen?' en of de samenwerking tussen wetenschap en praktijk mooie resultaten oplevert.

Download het interview met Frederieke Schaafsma en Carel Hulshof

Zie ook: