FAQ: NVAB-richtlijn astma en COPD

14 vragen en antwoorden
Gerelateerd: Astma en COPD

A. Preventie

1. Hoe stel ik vast of er werkomstandigheden zijn die het risico op werkgerelateerd astma/COPD vergroten?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Stel (met hulp van een arbeidshygiënist) vast of werkenden blootgesteld worden aan allergene stoffen (HMW of LMW) en/of inhaleerbare luchtwegprikkelende stoffen (zie bijlage 1a en 1b van de NVAB-richtlijn Astma en COPD):
    • raadpleeg de RI&E;
    • bezoek de werkplek;
    • gebruik (indien aanwezig) meetresultaten van blootstellingsonderzoek en blootstelingsbeoordelingen;
    • maak bij ontbreken blootstellingsonderzoek/-beoordelingen per afdeling een overzicht van stoffen waaraan werknemers blootgesteld kunnen worden.
  • Adviseer organisaties waar werkenden worden blootgesteld aan stoffen dit op te nemen in de RI&E.

Zie voor aanvullende informatie ook het Addendum bij de Leidraad voor preventief medisch onderzoek.

COPD

  • Stel (met hulp van een arbeidshygiënist) vast of werkenden regelmatig of chronisch worden blootgesteld aan damp, gas, stof en/of rook:
    • bezoek de werkplek;
    • gebruik (indien aanwezig) meetresultaten van blootstellingsonderzoek en blootstelingsbeoordelingen;
    • maak bij ontbreken blootstellingsonderzoek/-beoordelingen per afdeling een overzicht van stoffen waaraan werknemers blootgesteld kunnen worden.
  • Adviseer organisaties waar werkenden worden blootgesteld aan stoffen dit op te nemen in de RI&E.

Zie voor aanvullende informatie ook het Addendum bij de Leidraad voor preventief medisch onderzoek.

Terug naar index | Terug naar themapagina

2. Wat kan ik doen als er werkomstandigheden zijn die het risico op werkgerelateerd astma/COPD vergroten?

Tijdige onderkenning van de causale relatie tussen werk en astma/COPD en de hierop toegesneden preventie en interventie vergroot de effectiviteit van de behandeling, verbetert de prognose en voorkomt onnodig verzuim en arbeidsongeschiktheid. Voor aanvullende informatie over het PMO, zie het Addendum bij de Leidraad voor preventief medisch onderzoek.

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Verricht in de eerste twee jaar na blootstelling minstens twee keer per jaar door middel van vragenlijstonderzoek (zie bijlage 2a van de NVAB-richtlijn Astma en COPD) onder werkenden en leerlingen (tijdens hun beroepsopleiding) een Preventief Medisch Onderzoek Immunologisch Beroepsastma (PMO-IB) dat zich richt op:
    • de vroegdetectie van (een verhoogd risico op) immunologisch beroepsastma;
    • de follow-up van op de blootstelling gerichte interventies.
  • Doe individueel vervolgonderzoek (zie vraag 5 en 6 hieronder) bij:
    • werkenden met werkgerelateerde luchtwegklachten en/of chronische luchtwegklachten;
    • aanwijzingen voor (werkgerelateerde) luchtwegklachten, sensibilisatie en predispositie (atopie) voor het ontwikkelen van sensibilisatie.
  • Overweeg:
    • actieve detectie als bij één of meerdere werknemers beroepsastma is vastgesteld (gebruik de vragenlijst in bijlage 2a van de NVAB-richtlijn Astma en COPD);
    • actieve detectie als er onvoldoende duidelijkheid is over de effectiviteit van beheersmaatregelen. (gebruik de vragenlijst in bijlage 2a van de NVAB-richtlijn Astma en COPD);
    • medisch onderzoek gericht op signalering van (werkgerelateerde) tekenen van astma bij de risico-evaluatie van blootstelling aan luchtwegprikkelende stoffen en/of allergenen;
    • medisch onderzoek gericht op signalering van irritatief astma na piekblootstelling aan luchtwegprikkelende stoffen.
  • Adviseer werkgevers intrede-onderzoek gericht op signalering van aanwezige gevoeligheid en atopie te laten verrichten als er kans is op blootstelling aan beroepsallergenen (zie ook vraag 4).

COPD

  • Verricht door middel van vragenlijstonderzoek onder werkenden een Preventief Medisch Onderzoek COPD dat zich richt op:
    • de vroegdetectie van (een verhoogd risico op) COPD;
    • de follow-up van op de blootstelling gerichte interventies.
  • Doe individueel vervolgonderzoek (zie vraag 5 en 6 hieronder) bij:
    • kortademigheid;
    • piepen;
    • zwaar roken;
    • werkgerelateerde respiratoire symptomen van de onderste luchtwegen (onder andere hoesten en slijm).

Terug naar index | Terug naar themapagina

3. Hoe kan ik vaststellen of er een adequaat preventiebeleid is?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

  • Het preventiebeleid moet in ieder geval voldoende aandacht besteden aan:
    • voorlichting;
    • maatregelen gericht op het beperken van blootstelling aan damp, gas, stof, rook, allergene stoffen en/of inhaleerbare luchtwegprikkelende stoffen;
    • identificatie van de risicogroep;
    • identificatie van veelvoorkomende klachten (onder andere kortademigheid, piepen, hoesten, slijm).
  • Analyseer of de risico’s bekend zijn.
  • Beoordeel of de beheersmaatregelen adequaat zijn.

Terug naar index | Terug naar themapagina

4. Kan ik een aanstellingskeuring adviseren bij astma/COPD?

Uitgangspunt van de regelgeving is dat een aanstellingskeuring niet is toegestaan. Alleen voor functies met bijzondere belastbaarheidseisen die niet met het gangbare arbeidsomstandighedenbeleid kunnen worden weggenomen kom je eventueel in aanmerking voor een aanstellingskeuring.

Astma

  • Adviseer in uitzonderlijke gevallen een aanstellingskeuring gericht op signalering en beoordeling van astma bij een functie met:
    • een verhoogd risico op immunologisch beroepsastma (zie bijlage 2 van de NVAB-richtlijn Astma en COPD);
    • kans op substantiële blootstelling aan aspecifieke prikkels en/of;
    • incidenteel niet te vermijden hoge energetische belasting.
  • Handel in geval van een aanstellingskeuring conform de Leidraad Aanstellingskeuringen.
  • Geef een werkende met atopie zonder astma:
    • informatie over het verhoogde risico op beroepsastma bij blootstelling aan HMW-allergenen;
    • advies over beschermende maatregelen tegen blootstelling.
  • Ontraad astmatische mensen met atopie het aanvaarden van werk als er kans is op blootstelling aan stoffen die beroepsastma kunnen veroorzaken.

COPD

  • Adviseer in uitzonderlijke gevallen een aanstellingskeuring gericht op COPD als er sprake is van een functie met:
    • verhoogd risico op het ontwikkelen van COPD of;
    • verhoogd risico op het verergeren van COPD en;
    • een niet te vermijden (incidentele) hoge energetische belasting.
  • Handel in geval van een aanstellingskeuring conform de Leidraad Aanstellingskeuringen.
  • Ontraad mensen met COPD het aanvaarden van werk als er substantieel kans is op blootstelling aan damp, gas, stof en/of rook.

Terug naar index | Terug naar themapagina

B. Diagnose en ziektelast

5. Hoe stel ik vast of er sprake is van astma of COPD?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Verzamel informatie over:
    • Aard luchtwegklachten: naast klachtenvrije intervallen periodiek optreden van:
      • dyspnoe en/of;
      • piepen op de borst en/of;
      • productief hoesten.
    • Aanwijzingen allergische oorzaak:
      • constitutioneel eczeem en/of;
      • atopie.
    • Omkeerbaarheid van de longfunctie en/of bronchiale hyperreactiviteit.
  • Overleg met de huisarts of longarts als er diagnostische informatie ontbreekt.
  • Ga na of er sprake kan zijn van COPD.
  • Volg de NHG-Standaard Astma bij volwassenen. Stel de diagnose astma als er sprake is van:
    • bovengenoemde luchtwegklachten;
    • luchtwegobstructie;
    • omkeerbaarheid op bronchusverwijders en/of;
    • bronchiale hyperactiviteit.

COPD

  • Ga bij werkenden met vrijwel continu aanwezige luchtwegklachten na of er sprake is van:
    • leeftijd boven de 40 jaar;
    • voorgeschiedenis met veel roken;
    • kortademigheid;
    • blootstelling aan risicofactoren als tabaksrook;
    • langdurige beroepsmatige blootstelling aan irriterende damp, gassen, stof en/of rook;
    • verzwakt of opgeheven ademgeruis over beide longen.
  • Verzamel diagnostische gegevens over:
    • de mate van luchtwegobstructie;
    • reactie op toediening luchtwegverwijders.
    • Overleg met de huisarts of longarts als er diagnostische informatie ontbreekt.
  • Stel de diagnose COPD als er sprake is van:
    • continue luchtwegklachten;
    • onomkeerbaarheid op bronchusverwijders;
    • blijvend verminderde longfunctie, ook bij optimale behandeling.

Terug naar index | Terug naar themapagina

6. Hoe stel ik bij mensen met astma/COPD vast of de ziekte werkgerelateerd is?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Voer diagnostiek bij het vermoeden van werkgerelateerd astma (door het werk verergerd astma of beroepsastma) uit in samenwerking met de huisarts, longarts en een arbeidshygiënist (zie de flowchart ‘Diagnostiek van werkgerelateerd astma’ in bijlage 5 van de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Verricht een arbeidsanamnese om een beeld te krijgen van de aard van de klachten en werkzaamheden (zie bijlage 6 van de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Verricht piekstroommetingen als de arbeidsanamnese een relatie met het werk aantoont (zie bijlage 7 van de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Maak met gebruik van de registratierichtlijn Werkgerelateerd Astma van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) onderscheid tussen:
    • beroepsastma: astma is in overwegende mate (>50%) veroorzaakt door blootstelling aan allergenen (immunologisch) of niet-allergische prikkels (niet-immunologisch) op de werkplek;
    • door het werk verergerend astma: bestaand astma dat kan opvlammen door blootstelling aan aspecifieke chemische en fysische prikkels op de werkplek.
  • U bent verplicht beroepsastma te melden bij het NCvB. Met twijfel of vragen kunt u terecht bij de NCvB-helpdesk.
  • Laat bij verdenking van immunologisch beroepsastma een allergologisch onderzoek doen naar het allergeen dat vermoedelijk de reactie veroorzaakt.

COPD

  • Ga na of er sprake is van een langdurige beroepsmatige blootstelling aan damp, gas, stof en/of rook die de ziekte kan veroorzaken of verergeren (zie bijlage 9b van de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Maak een inschatting van de historische blootstelling aan de stoffen. Gebruik daarvoor:
    • meetrapporten;
    • risico-inventarisatie en evaluatie en/of;
    • een uitgebreide anamnese van betrokkene en een deskundige uit het bedrijf.
  • Gebruik de registratierichtlijn Werkgerelateerd COPD van het NCvB om vast te stellen of het om een (vermoedelijke) beroepsziekte gaat. Kortgezegd geldt dat als de COPD een gevolg is van een belasting die in overwegende mate (>50%) in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden. Is dit het geval, dan bent u verplicht dit te melden bij het NCvB. Met twijfel of vragen kunt u terecht bij de NCvB-helpdesk.

Terug naar index | Terug naar themapagina

7. Hoe bepaal ik de ernst van de aandoening en de ziektelast?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • A Stel de belasting vast:
    • breng inhalatoire, energetische en psychosociale belasting op het werk in kaart;
    • breng overige belastende factoren in kaart.
  • B Stel de belastbaarheid vast
    • stel aan de hand van het medicatieniveau vast of er sprake is van milde, matige of ernstige astma (zie bijlage 8 van de NVAB-richtlijn Astma en COPD en de NHG-standaard Astma bij volwassenen);
    • bepaal of er discrepantie is tussen de ernst van de klachten en de longparameters;
    • beoordeel persoonlijke en psychosociale factoren;
    • bepaal bij beroepsastma de voorlopige belastbaarheid en de definitieve belastbaarheid na interventie.

COPD

  • Stel de belasting vast door de inhalatoire, energetische en psychosociale belasting in kaart te brengen.
  • Stel de belastbaarheid vast:
    • verzamel gegevens over spirometrie, bronchiale hyperreactiviteit en diffusiecapaciteit;
    • stel vast of aanvullende gegevens over de bloedgaswaarden in rust en ergometrie nodig zijn;
    • ga na of ergometrisch onderzoek met een maximale-inspanningstest is gebeurd met bepaling van bloedgassen en ventilatoire parameters;
    • interpreteer de gegevens (met behulp van schema 2 en 3 en tabel 7 in de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Volg de NHG-standaard COPD om de ernst van de ziektelast vast te stellen (zie ook tabel 6 in de NVAB-richtlijn Astma en COPD). Kijk naar:
    • mate van luchtwegobstructie;
    • ervaren gezondheidsproblemen:
      • klachten;
      • beperkingen;
      • optreden exacerbaties;
      • voedingstoestand.

Terug naar index | Terug naar themapagina

8. Hoe kan ik beoordelen of de curatieve behandeling optimaal is?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Ga na of:
    • er na behandeling sprake is van geen of weinig klachten, (vrijwel) normale dagelijkse activiteiten en voorkómen van exacerbaties;
    • er een optimale longfunctie is bereikt of behouden;
    • de resultaten zijn bereikt met zo min mogelijk interventies.
  • Overleg met of verwijs naar de huisarts als de curatieve behandeldoelen niet bereikt zijn.

COPD

  • Ga na of:
    • de huisarts heeft aangedrongen op stoppen met roken en activeren van bewegen;
    • de behandeldoelen zijn bereikt:
      • beperken van klachten;
      • verbeteren van het inspanningsvermogen en de ziektegerelateerde kwaliteit van leven;
      • verlagen van toekomstige ziektelast.
  • Overleg met of verwijs naar de huisarts als de curatieve behandeldoelen niet bereikt zijn.

Terug naar index | Terug naar themapagina

C. Verzuimpreventie en werkhervatting

9. Hoe help ik iemand met astma/COPD om verzuim te voorkomen?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

Persoonlijke en ziektegerelateerde factoren

  • Inventariseer of de volgende factoren aanwezig zijn en of ze een negatieve invloed hebben op de arbeidsparticipatie:
    • slechte aanpassing aan beperkingen die de ziekte met zich meebrengt;
    • ademhalingsproblemen (hoesten, piepen);
    • ervaren van meerdere (functionele) beperkingen bij (fysieke) dagelijkse activiteiten;
    • veel ervaren gezondheidsklachten;
    • weinig vertrouwen in eigen kunnen ten aanzien van het omgaan met vermoeidheid;
    • medicijngebruik niet als voorgeschreven en/of inadequate inhalatietechniek.
  • Bespreek met de werkende of het mogelijk is de belemmerende factoren op te heffen en neem passende maatregelen.
  • Overweeg te verwijzen als er sprake is van slechte aanpassing aan beperkingen die de ziekte met zich meebrengt.

Werkgerelateerde factoren

  • Inventariseer of de volgende factoren aanwezig zijn en of ze een negatieve invloed hebben op de arbeidsparticipatie:
    • zwaar handmatig werk;
    • kleine bedrijfsgrootte;
    • slecht sociaal klimaat op het werk;
    • slechte ervaringen met medewerking van de leidinggevende in het beginstadium van de astma;
    • (a)specifieke prikkels in/meerdere aanhoudende symptomen gerelateerd aan de werkomgeving;
    • verandering van werkgever;
    • lage werktevredenheid.
  • Onderzoek de mogelijkheid om de belemmerende factoren op te heffen en neem passende maatregelen.
  • Bespreek het sociale werkklimaat en de mate van medewerking van de leidinggevende en intervenieer zo nodig.
  • Adviseer werkaanpassingen die de werkende met astma meer controle geven (bijvoorbeeld meer ruimte om bij ziekteaanvallen zelf de werktijden te kunnen bepalen).

COPD

Persoonlijke en ziektegerelateerde factoren

  • Inventariseer of de volgende factoren aanwezig zijn en of ze een negatieve invloed hebben op de arbeidsparticipatie:
    • kortademigheid;
    • vermoeidheid.
  • Bespreek met de werkende of het mogelijk is de belemmerende factoren op te heffen en neem passende maatregelen.

Werkgerelateerde factoren

  • Inventariseer of de volgende factoren aanwezig zijn en of ze een negatieve invloed hebben op de arbeidsparticipatie:
    • hoge of regelmatige beroepsmatige blootstelling aan damp, gas, stof of rook;
    • negatieve (sociale) werkervaringen in relatie tot COPD;
    • weinig werk(plek)aanpassingen;
    • zwaar lichamelijk werk.
  • Onderzoek de mogelijkheid om de belemmerende factoren op te heffen en neem passende maatregelen.
  • Bespreek het sociale werkklimaat en de mate van medewerking van de leidinggevende en intervenieer zo nodig.

Terug naar index | Terug naar themapagina

10. Welke algemene interventies kan ik inzetten om mensen met astma/COPD te helpen weer aan het werk te gaan?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Werkgerelateerd astma

  • Bepaal:
    • blootstelling aan het oorzakelijke agens in het werk;
    • mogelijkheden tot vermindering van de blootstelling;
    • mogelijkheden voor terugkeer in eigen werk als er geen of beperkte blootstelling meer is.
  • Spreek controle op het verloop van klachten en afwijkingen af.
  • Adviseer bij immunologisch astma blootstelling aan het oorzakelijke agens volledig te stoppen.

Niet-werkgerelateerd astma

  • Inventariseer met de werknemer de knelpunten die volgens hem/haar het functioneren belemmeren.
  • Overleg over aanpak van deze knelpunten en spreek controle op het verloop van de klachten af.
  • Adviseer overleg met huisarts en/of longarts bij een vermoeden van samenhang tussen functioneringsproblemen en persoons- en/of ziektegebonden factoren.

COPD

  • Adviseer, indien van toepassing:
    • te stoppen met roken en meer te bewegen (zie ook het NVAB-project 'Rookvrije organisaties');
    • vermindering van blootstelling aan gas, damp, stof en/of rook op het werk.
  • Inventariseer welke factoren arbeidsparticipatie belemmeren en onderzoek welke mogelijkheden er zijn om deze factoren op te heffen.

Terug naar index | Terug naar themapagina

11. Hoe maak ik voor mensen met astma/COPD een prognose voor arbeidsparticipatie?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Inventariseer of er factoren zijn met een voorspellende waarde voor arbeidsparticipatie. Zo ja: onderzoek of deze belemmeringen kunnen worden opgeheven en neem passende maatregelen. De belangrijkste factoren zijn:
    • Geslacht: astma heeft een groter effect op het functioneren bij vrouwen dan bij mannen en leidt bij vrouwen eerder tot verzuim.
    • Opleidingsniveau: bij een lager opleidingsniveau is de kans op verzuim groter.
    • Klachten: hoe ernstiger de klachten (hoesten, piepen), hoe groter de kans op verzuim.
    • Beperkingen: ervaren van meerdere (functionele) beperkingen bij (fysieke) dagelijkse activiteiten belemmeren werkhervatting.
    • Aard van het werk: zwaar handmatig werk vergroot de kans op verzuim.
    • Een slecht sociaal klimaat op het werk en lage werktevredenheid kunnen tot langer verzuim leiden.
  • Beoordeel of de curatieve behandeling optimaal is en verwijs zo nodig naar de huisarts (zie tabel 1, onderdeel 1.1B Diagnostiek werkgerelateerd astma in de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Ga na of er belastende factoren in het werk zijn:
    • aspecifieke prikkels voor luchtwegen;
    • zwaar lichamelijk werk;
    • werken in ploegendienst;
    • specifieke prikkels waar de werkende gevoelig voor is.

COPD

  • Inventariseer of er factoren zijn met een voorspellende waarde voor arbeidsparticipatie. Zo ja: onderzoek of belemmeringen kunnen worden opgeheven en neem passende maatregelen. De belangrijkste factoren zijn:
    • Leeftijd: wat oudere werknemers verzuimen vaak langer.
    • Opleidingsniveau: bij een lager opleidingsniveau is de kans op verzuim groter.
    • Klachten: hoe meer vermoeidheidsklachten en kortademigheid, hoe groter de kans op verzuim.
    • Werkomstandigheden: een hogere en/of regelmatige beroepsmatige blootstelling aan damp, gas, stof of rook vergroot de kans op verzuim.
    • Aard van het werk: zwaar handmatig werk vergroot de kans op verzuim.
    • Negatieve (werk)ervaringen in relatie tot COPD vergroten de kans op verzuim.
  • Beoordeel of de curatieve behandeling optimaal is en verwijs zo nodig naar de huisarts (zie ook onderdeel 1.1C Is de curatieve behandeling optimaal? in de NVAB-richtlijn Astma en COPD).
  • Gebruik de Clinical COPD Questionnaire (CCQ) om de gezondheidstoestand van de werkende in kaart te brengen.

Terug naar index | Terug naar themapagina

12. Hoe evalueer ik bij mensen met astma/COPD de voortgang bij het hervatten van hun werk?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Werkgerelateerd astma

  • Overleg met de werkende over het zelf registreren van (verergering van) luchtwegklachten en gebruik van medicatie.
  • Plan controleafspraken in, om het verloop van de klachten te volgen:
    • eerste maanden na werkhervatting: actieve controle, stem controles af met controles door de longarts;
    • eerste jaar na werkhervatting: enkele controleafspraken;
    • bij stabiele situatie: na een jaar geen actieve controle meer nodig. Adviseer om contact op te nemen bij opnieuw optreden van de klachten.

Niet-werkgerelateerd astma

  • Volg het verzuim wegens luchtwegklachten.
  • Roep de werkende op bij toename van het verzuim en informeer naar belastende factoren die de toename zouden kunnen verklaren. Deze inventarisatie kan aanleiding vormen voor een nieuwe interventie.

COPD

  • Ga na of, en zo ja met welke frequentie, de werkende door de huisarts of specialist wordt gecontroleerd. Stem het controlebeleid hierop af.
  • Evalueer de belastende factoren en mogelijke interventies als de klachten verergeren.
  • Overleg met huisarts en specialist over nader onderzoek (bijvoorbeeld longrevalidatie) als de werkende klachten blijft ervaren.

Terug naar index | Terug naar themapagina

13. Hoe evalueer ik bij mensen met astma/COPD stagnatie bij het hervatten van hun werk?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Vaststellen stagnatie van de arbeidsparticipatie

  • Volg voor het vaststellen van stagnatie de stappen uit de NVAB-richtlijn Psychische Problemen:
    • Hoe lang is de werkende bezig met het herstel?
    • Past dit bij (het beloop van) de ziekte?
  • Aspecten die een rol kunnen spelen bij stagnatie:
    • ziektespecifieke factoren;
    • persoonlijke factoren;
    • werkgerelateerde factoren;
    • omgevingsfactoren.
  • Maak zo nodig nieuwe afspraken en actualiseer het reïntegratieplan op punten waar sprake is van (dreigende) stagnatie.
  • Overleg met de (hoofd)behandelaar.

Advies maatregelen om stagnatie op te heffen

  • Documenteer bij stagnatie werkhervatting:
    • of de werkende zich onder behandeling heeft gesteld en de behandeladviezen heeft opgevolgd;
    • of persoonlijke factoren of factoren in de werkomgeving werkhervatting blokkeren.
  • Leg ook vast:
    • welke acties zijn ondernomen om deze herstelblokkerende factoren op te heffen;
    • wat het resultaat van deze actie(s) was;
    • of er nieuwe afspraken zijn gemaakt en/of het begeleidingsplan is aangepast
  • Overleg bij ziektespecifieke oorzaken van stagnatie met de behandelaar om de behandeling te heroverwegen.
  • Overleg bij werkgerelateerde oorzaken van stagnatie met werkende en leidinggevende om het begeleidingsplan te heroverwegen.
  • Overweeg begeleiding naar andere werkzaamheden indien de klachten niet verbeteren (astma) of verergeren ondanks adequate medicatie (COPD) en er geen mogelijkheden zijn voor verdere aanpassing van de blootsteling.

Toetsing re-integratie bij WIA-aanvraag

  • Betrek de geïnventariseerde factoren die opnieuw uitval voorspellen bij de verwachting voor (gedeeltelijk) herstel en bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid.
  • Zoek bij verschil van inzicht en/of complexe casuïstiek contact met de verzekeringsarts om de eigen bevindingen te verduidelijken. Dit is in het belang van goede zorg voor de werkende met COPD.

Terug naar index | Terug naar themapagina

14. Wanneer moet ik overwegen mensen met astma/COPD af te keuren?

Kort samengevat schrijft de NVAB-richtlijn Astma en COPD het volgende voor:

Astma

  • Overweeg afkeuren bij:
    • astma en kans op blootstelling in het werk aan het allergeen waar de werkende gevoelig voor is;
    • een ernstige vorm van astma en in het werk niet te vermijden:
      • momenten met hoge energetische belasting en/of;
      • substantiële blootstelling aan aspecifieke prikkels.

COPD

  • Overweeg afkeuren bij een matige vorm van COPD als er in de functie:
    • kans is op substantiële blootstelling aan damp, gas, stof en/of rook en;
    • sprake is van niet te vermijden (incidentele) hoge energetische belasting.

Terug naar index | Terug naar themapagina