Conclusies focusgroepen Alcoholpreventie

Alcoholproblematiek op de werkvloer is een complex vraagstuk waar vanuit de verschillende rollen anders naar wordt gekeken. De NVAB is trekker van de werkgroep Werkgevers/Werknemers in het Samenwerkingsverband Vroegsignalering Alcoholproblematiek. Om te onderzoeken hoe de werkgroep bedrijfsartsen en werkgevers kan helpen met informatie, zijn in de zomer van 2020 vier online focusgroepen georganiseerd: voor werknemers, human resources (HR) en Vitaliteitsmanagers, leidinggevenden en bedrijfsartsen. Hieronder lees je de resultaten in vogelvlucht:

Hoewel alcoholproblematiek een complex vraagstuk is en er vanuit verschillende rollen anders naar wordt gekeken, zijn er ook overeenkomsten in hoe deze vier groepen naar het probleem en de betrokken partijen kijken:

  1. Bedrijven en organisaties moeten zorg bieden aan medewerkers die dat nodig hebben;
  2. Leidinggevenden (problematisch) alcoholgebruik moeten kunnen signaleren, begeleiden en hulp bieden. Zij beschikken echter niet over voldoende kennis en vaardigheden om effectief te kunnen vroegsignaleren. De wil is er wel, maar de kennis ontbreekt om:

a.    te signaleren, 
b.    het gesprek daarover adequaat aan te gaan en 
c.    ervoor te zorgen dat de medewerker passende hulp krijgt.
3.    Strenge maatregelen, zoals ontslag is een laatste optie
4.    Risicofactoren zijn werkdruk en stress.

Er zijn ook belangrijke verschillen:

  1. Leidinggevenden (en HR-/Vitaliteitsmanagers) worstelen soms met geheimhouding omdat zij vrezen dat het de behandeling en verbetering kan frustreren wanneer er in gedekte termen en met slagen om de arm over het probleem moet worden gepraat. Daarom worstelen zij ook met de geheimhouding van de bedrijfsarts. De bedrijfsartsen noemen geheimhouding een kernwaarde van het beroep, zij willen het beroepsgeheim en de vertrouwensrelatie met de medewerker niet schaden. Daarnaast geven ze aan soms last te hebben van leidinggevenden die proberen informatie over de medische toestand van een medewerker te verkrijgen. Medewerkers verwachten geheimhouding van eigenlijk alle rollen en gaan ervan uit dat de informatie niet zonder hun medewerking wordt verspreid binnen de organisatie. 
  2. Leidinggevenden staan het dichtst bij de medewerker en hebben meer zicht op het werk. De primaire vroegsignaleringsrol zou dan ook bij hen moeten liggen. De bedrijfsarts staat verder van de medewerker af. Die heeft de bedrijfsarts vaak nog nooit heeft gezien. 
  3. Bedrijfsartsen, HR- en vitaliteitsmanagers en leidinggevenden zijn voornamelijk positief over een Alcohol, Drugs en Medicijnen (ADM)-beleid. Medewerkers noemen dit betuttelend als het gaat over bijv. verplicht-alcoholvrije borrels. De gezelligheid van zo’n borrel (netwerken) of een zakenreis hoort ook bij het werk vinden ze. Ze vroegen zich ook af of nog meer regels iets gaat veranderen.
  4. Medewerkers zien alcoholgebruik veel meer als privézaak dan de andere groepen. 
  5. De kennis van interventies liep het uiteen van geen tot redelijk. Het advies van de gezondheidsraad (max. 1 glas per dag) was in meerdere groepen niet bekend. Ook bewezen effectieve interventies zoals screening en kortdurende interventies en/of motiverende gespreksvoering waren weinig bekend.

Deze bevindingen dienen als vertrekpunt voor een praktisch instrument voor bedrijfsartsen en bedrijven om te helpen bij vroegsignalering van alcoholproblematiek. Dit instrument wordt in 2021 ontwikkeld.

Zie ook