Bedrijfsarts en tuchtrecht: verslag extra ledenbijeenkomst 13 februari 2020

21 februari 2020

Tuchtrecht is een onderwerp dat leeft. Een uitspraak in Medisch Contact eind vorig jaar (‘Bedrijfsarts had burn-out nader moeten onderzoeken’) leidde tot bezorgde reacties. Een groep bedrijfsartsen nam hierover contact op met de NVAB. Op donderdag 13 februari jl. konden leden deelnemen aan een extra ledenbijeenkomst over het tuchtrecht en de bedrijfsarts. Zo konden we met de leden de zorgen en mogelijkheden verkennen. De avond ging over tuchtrecht in algemeen, en in relatie tot bedrijfsartsen in het bijzonder.

Extra ledenbijeenkomst 13 februari 2020: Bedrijfsarts en tuchtrecht

Inzicht in tuchtrecht

Startpunt van de avond was de presentatie van Isabelle van Rijn. Zij is plaatsvervangend secretaris Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Ze gaf inzicht in wat tuchtrecht is en waarover vooral wordt geklaagd. Ook gaf ze tips voor wanneer je als zorgverlener met tuchtrecht te maken krijgt. Zoals: zorg dat je bij de zitting aanwezig bent, want dat geeft blijk van een toetsbare opstelling. En: rechtsbijstand is niet verplicht, maar wel aan te raden.

Vervolgens discussieerden de deelnemers in groepen over drie stellingen:

  1. Met onze richtlijnen en leidraden maken we het onszelf praktisch eigenlijk te moeilijk om ons werk te doen. We kunnen best toe met minder.
  2. Tuchtrecht draagt bij aan het verbeteren van kwaliteit van zorg. Eventuele negatieve effecten op de individuele zorgverlener moeten daarbij voor lief worden genomen.
  3. De drempel om te klagen moet omhoog ook als dat ertoe leidt dat serieuzere zaken niet aangebracht worden.

Samenvattend kwamen de deelnemers in de groepsdiscussies tot onderstaande observaties:

Richtlijnen

Professionele standaarden zijn waardevol als kader en kennisdocument. Ze zijn nodig voor evidence based handelen. Zonder die standaarden is niet transparant op basis waarvan tuchtrecht tot een uitspraak komt. Maar het zijn er wel veel. Soms meerdere over hetzelfde onderwerp en vaak verouderd en te gedetailleerd. En sommige eisen in richtlijnen zijn in de praktijk moeilijk uit te voeren. Je moet bijvoorbeeld in sommige gevallen iemand binnen 2 weken zien, maar of dat hangt soms ook van je contract met opdrachtgever af. Daarnaast moet je erg nauwkeurig zijn in het vastleggen van gemotiveerd afwijken.

Tucht en klacht

Verder waren deelnemers het erover eens dat de klaagdrempel niet omhoog moet, maar dat het tuchtrecht in het algemeen aan verandering toe lijkt te zijn. Je wordt nu een bangere dokter, niet een betere, zo zeiden de artsen. Een tuchtklacht heeft veel impact op de betrokken arts. En hoewel het doel ‘verbetering van de kwaliteit van zorg’ is, op individueel niveau voel je je toch getuchtigd.

Mevrouw van Rijn gaf aan dat tuchtrecht plaatsvindt op basis van wetgeving en dat wijziging daarin een traag proces van jaren is.

Suggesties waren om de rol van de tuchtklachtfunctionaris kritisch te bekijken. Misschien is daar nog een mogelijkheid om meer te schiften tussen klachten die echt over het medisch handelen gaan - en dus bij het tuchtrecht thuishoren - en klachten die meer betrekking hebben op het advies zelf. Ook kan het helpen de klachtenprocedure of de mogelijkheid tot second opinion bekender en makkelijker toegankelijk te maken.

Tenslotte vonden de deelnemers het belangrijk dat uitspraken begrijpelijk zijn voor beroepsgenoten. Dat was bij recente uitspraken niet altijd het geval. Dat belemmert het leereffect voor de groep, waarmee tuchtrecht zijn doel mist. Dan blijft alleen de beleving van straf over, wat bijdraagt aan bange dokters.

De NVAB gaat nu na wat we met deze input kunnen doen en welke bijdrage we als vereniging kunnen leveren voor een goed functionerend tuchtrecht.

Een gedetailleerd verslag vind je in de ledensectie (eerst inloggen)  

Ins en outs tuchtrecht

Doel
Het doel van tuchtrecht is bijdragen aan kwaliteit van beroepsuitoefening door normstelling en corrigeren van de individuele professional. Daarbij wordt gekeken naar de behandelrelatie en of het handelen in strijd is met enige beroepsnorm. Het gaat er daarbij niet om of het handelen anders of beter had gekund. De tuchtrechtelijke toetsing blijft beperkt tot de klachtonderdelen. De klager moet de klacht onderbouwen.

Procedure

Bij tuchtrechtelijke toetsing wordt o.a. gekeken naar wet- en regelgeving, KNMG-richtlijnen, prof. standaarden van de beroepsgroep en jurisprudentie tuchtcolleges.

Een klacht kan worden ingediend door een rechtstreeks belanghebbende, opdrachtgever, werkgever of inspectie voor de Gezondheidszorg. Als voorportaal om een klacht helder te krijgen is een gesprek met een tuchtklachtfunctionaris mogelijk. Dan wordt onder meer gekeken of de klacht thuishoort bij tuchtrecht of dat beter een andere route gevolgd kan worden. Daarna wordt partijen voorgesteld of ze een mondeling vooronderzoek wensen waarin zij hun standpunten ten overstaan van een jurist van het tuchtcollege kunnen toelichten. Soms kan de klager dan besluiten de klacht in te trekken. Wanneer een klacht na het vooronderzoek behandeld wordt kan dat via de raadskamer (op basis van stukken) of via een openbare terechtzitting. In zowel het regionaal als centraal tuchtcollege hebben juristen, beroepsgenoten (minimaal 2 van hetzelfde specialisme) een voorzitter (rechter) en een secretaris-jurist zitting. Een uitspraak volgt binnen 2 maanden.

Wanneer een klacht gegrond wordt verklaard, wordt bijna altijd een maatregel opgelegd (art. 48 Wet BIG). Maatregelen van licht naar zwaar zijn:

  • Waarschuwing
  • Berisping
  • Geldboete tot € 4.500
  • Schorsing - max. 1 jaar
  • Gedeeltelijke ontzegging beroepsuitoefening 
  • Doorhaling van inschrijving in register
  • Binding aan bijzondere voorwaarden het beroep uit te oefenen
  • Nieuw: tuchtrechtelijk beroepsverbod (ook onder supervisie geen handelingen verrichten).

Het overgrote deel van de opgelegde maatregelen zijn waarschuwingen of berispingen. Klager (of verweerder of inspectie) kan in hoger beroep voor zover zijn klacht is afgewezen.

Enkele cijfers over 2018

  • 1644 klachten totaal, 67% tegen artsen.
  • 7% van de klachten gaan over bedrijfsartsen (jaarlijks krijgt 4,8% van de bedrijfsartsen jaarlijks een klacht).
  • Ook de verzekeringsartsen en psychiaters krijgen relatief veel klachten: jaarlijks respectievelijk 4,4% en 6%. Ook krijgt jaarlijks 2% van de huisartsen een klacht.
  • 526 klachten kwamen ter zitting. Daarvan werden er 223 gegrond verklaard.

Klachten over een bedrijfsarts gaan voornamelijk over rapportages, bejegening en geheimhoudingsplicht. Uit onderzoek van NIVEL blijkt dat communicatie een belangrijke rol speelt. Artsen die aandacht besteden aan communicatie met de cliënt over de verleende zorg krijgen minder klachten. Mensen klagen vooral om te voorkomen dat het anderen overkomt.

Leereffect

Een tuchtklacht heeft veel impact op een zorgverlener. Maar een gewaarschuwde arts is zeker nog geen slechte arts. Het is, ook voor de betrokken arts, bedoeld als leermoment. Om het leereffect te vergroten, kun je bijvoorbeeld een casus in een intervisiegroep bespreken. De beroepsvereniging kan wellicht ook een ondersteunende rol spelen om een leermoment te creëren en leden te ondersteunen bij een tuchtzaak.