Veelgestelde vragen

13 maart 2024

De bedrijfsarts kan de behandelrelatie met werknemer niet zonder zwaarwegende reden beëindigen. Mocht hij toch de behandelrelatie willen beëindigen, dan moet de bedrijfsarts zorg dragen voor opvolging in het kader van de zorgplicht.[1]

Gewichtige reden
De behandelrelatie kan slechts bij hoge uitzondering eenzijdig verbroken worden als er sprake is van een ‘gewichtige reden’. In de genoemde KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ staat omschreven wanneer daar sprake van is en aan welke zorgvuldigheidseisen de arts moet voldoen om de behandelingsovereenkomst te kunnen beëindigen. Voor bedrijfsartsen geldt daarbij ook dat zij in dit soort situaties zorgvuldig moeten handelen in de berichtgeving hierover naar de werkgever. Zie hiervoor de FAQ ‘Mag de bedrijfsarts aan de politie melden dat hij zich bedreigd voelt door een werknemer?‘

Geen gewichtige reden
Als geen sprake is van zo’n gewichtige reden, dan zal de bedrijfsarts met werknemer moeten bespreken wat de reden is van de beoogde overdracht. Als de werknemer akkoord gaat en het lijkt zowel bedrijfsarts als werknemer beter de begeleiding aan een andere bedrijfsarts over te dragen, dan kan de bedrijfsarts werkgever adviseren akkoord te gaan met de overdracht.
Van de bedrijfsarts mag verwacht worden dat die (eventueel in samenspraak met de eigen arbodienst) een nieuwe bedrijfsarts voorstelt aan de werkgever, die eindverantwoordelijk is voor de zorg bij verzuimbegeleiding. Mocht de werkgever hier niet mee akkoord gaan, dan zal de oude bedrijfsarts volgens contract zorg moeten blijven verlenen.  
Voor vrijwillige zorg geldt in lijn met de bovengenoemde KNMG-richtlijn een vergelijkbare redenering, met die aantekening dat de werknemer, anders dan een patiënt in de reguliere zorg, geen vrije (bedrijfs)artsenkeuze heeft en dus niet zelfstandig een nieuwe bedrijfsarts kan zoeken. Het staat de werknemer vrij om van deze zorg af te zien.
Gaat de werknemer niet akkoord met overdracht naar een nieuwe bedrijfsarts, dan is het nog maar de vraag of het verstandig is om deze overdracht af te dwingen, in elk geval zolang nog steeds geen sprake is van een gewichtige reden. Advies is dat de bedrijfsarts in dit geval vooral met de werknemer in gesprek blijft en toch blijft zoeken naar oplossing voor de ontstane situatie.

In alle gevallen geldt dat het informeren van werkgever zorgvuldig gebeurt met inachtneming van de volledige privacy van werknemer, dus summier qua informatie. Daarna kan de overdracht naar de nieuwe bedrijfsarts plaatsvinden. Voor meer informatie m.b.t. de overdracht van het dossier zie de ‘leidraad bedrijfsgeneeskundig dossier.

Is werknemer degene die de behandelrelatie wil beëindigen? Zie daarvoor de FAQ ‘Kan werknemer zelf zijn bedrijfsarts kiezen?


[1] Dit geldt zowel als sprake is van vrijwillige contacten (spreekuren op verzoek van werknemer) als van spreekuren in opdracht (verzuimbegeleiding). Wanneer sprake is van een vrijwillig contact met de bedrijfsarts bestaat er een behandelrelatie en is de WGBO en de KNMG-richtlijn ‘Niet-aangaan of beëindiging van de geneeskundige behandelingsovereenkomst’ volledig van toepassing. Bij zorgverlening in opdracht bestaat ook een behandelrelatie, maar deze rol van de bedrijfsarts valt niet onder de WGBO. Toch is de KNMG-richtlijn ook hierop van toepassing, omdat de juridische relatie dit niet in de weg staat. Kortom: de bedrijfsarts kan zowel bij vrijwillige als bij verplichte spreekuurcontacten niet zonder meer de zorgverlening aan een individuele werknemer beëindigen.


Lees meer

23 oktober 2023

Het recht op vrije artsenkeuze - zoals dat in de curatieve zorg bestaat - kan in andere situaties door wettelijke bepalingen of afspraken tussen partijen worden ingeperkt. Voor de beantwoording van deze vraag is het verstandig om onderscheid te maken tussen vrijwillige contacten met de bedrijfsarts en contacten die in opdracht van de werkgever plaatsvinden (bijvoorbeeld in het kader van de verzuimbegeleiding).

Vrijwillige contacten
In het geval van een vrijwillig contact kan een werknemer natuurlijk simpelweg afzien van contact met een bedrijfsarts die hem niet bevalt. Het is dan zijn vrije keus om af te zien van (een deel van) bedrijfsgezondheidszorg.

Contacten in opdracht van de werkgever
Voor contacten met de bedrijfsarts die in opdracht van de werkgever plaatsvinden ligt het gecompliceerder. Het betreft hier meestal contacten in het kader van de verzuimbegeleiding. Een werknemer heeft geen wettelijk recht om zelf te kiezen voor zijn bedrijfsarts. In de praktijk is het de werkgever die de keuze maakt voor een arbodienstverlener en daarmee feitelijk de bedrijfsarts aanwijst. Hoewel die keuze voor een arbodienstverlener in overleg en met instemming van de OR gemaakt wordt, heeft de individuele werknemer verder geen directe invloed op die keuze. In dit geval kan de werknemer niet simpelweg afzien van contact met de bedrijfsarts die hem niet bevalt. Althans niet als hij het recht op loondoorbetaling, en uiteindelijk het voortbestaan van zijn arbeidsovereenkomst, niet in gevaar wil brengen. De wegens ziekte verzuimende werknemer zal immers in redelijkheid moeten meewerken aan een onderzoek om zijn werkgever in de gelegenheid te stellen het recht op loondoorbetaling te beoordelen en om hem in staat te stellen de wettelijke (re-integratie) taken na te komen.

In beide gevallen, bij vrijwillige en bij verplichte contacten, kan de werknemer zijn werkgever of arbodienstverlener verzoeken om een andere bedrijfsarts. Gezien het belang voor alle partijen van een vertrouwensrelatie tussen bedrijfsarts en werknemer hebben veel werkgevers en arbodienstverleners een regeling om dergelijke verzoeken te honoreren. Dit beleid kan worden aangepast op basis van afspraken tussen werknemers(vertegenwoordiging) en werkgever.
Indien het zowel werknemer als bedrijfsarts beter lijkt de begeleiding aan een collega over te dragen kan bedrijfsarts de werkgever adviseren dat niet tegen te houden. 

« Terug naar index