Ga naar de inhoud

Geplaatst 26 juni 2026

Informatie die een werkgever met de bedrijfsarts deelt, is niet vertrouwelijk. Vanuit de AVG mag de werkgever namelijk niet zonder meer privacygevoelige informatie delen, ook niet met de bedrijfsarts. Dat kan alleen als hij zelf ook de werknemer informeert over zijn vragen aan de bedrijfsarts en welke informatie hij daarbij geeft. Dit zouden alleen feiten moeten zijn en geen waardeoordelen.

Wanneer een werkgever informatie of vragen deelt met de bedrijfsarts, dienen deze – voor zover relevant voor een zorgvuldig advies – te worden opgenomen in het medisch dossier. Hierbij geldt wel het principe van minimale gegevensverwerking: alleen noodzakelijke en relevante informatie wordt vastgelegd.1

Als de bedrijfsarts informatie of vragen van de werkgever ontvangt, moet voor de werkgever duidelijk zijn dat de bedrijfsarts deze met de werknemer bespreekt en meeweegt in het advies. Het toepassen van hoor en wederhoor past bij een zorgvuldige advisering en wordt in sommige richtlijnen zelfs expliciet benoemd. Daarom is het in de meeste gevallen niet wenselijk om vragen van de werkgever rechtstreeks te beantwoorden zonder dit eerst met de werknemer te bespreken. Het advies is om het antwoord vervolgens gelijktijdig met werkgever en werknemer te delen.

Tot slot heeft de bedrijfsarts ook een adviserende rol richting de werkgever: wijs de werkgever erop dat hij de werknemer vooraf moet informeren over gedeelde informatie. Dit geldt te meer als de bedrijfsarts onbedoeld waardeoordelen verneemt vanuit de werkgever. Ook hier geldt namelijk het principe van minimale gegevensverwerking uit de AVG. Geef terug aan de werkgever dat deze zelf het gesprek aangaat met de werknemer en in de toekomst alleen informatie deelt die feitelijk is en besproken met de werknemer.


1 Zie Leidraad Bedrijfsarts en privacy (2019), paragraaf 2.2.3 en art. 5 AVG.

Ook interessant