Ga naar de inhoud

De manier waarop gezondheidsgegevens worden vastgelegd en gedeeld is in beweging. Op Europees niveau worden nieuwe afspraken gemaakt over de beschikbaarheid en uitwisseling van medische informatie. Dat heeft ook gevolgen voor de bedrijfsgeneeskundige zorg.

Voor de NVAB is dat aanleiding om samen met de Patiëntenfederatie en MedMij het project PGO en Werk te starten, gefinancierd door ZonMw. Binnen dit project wordt onderzocht wat er technisch nodig is om aan te sluiten op de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO) én wordt gewerkt aan een nieuwe leidraad voor bedrijfsgeneeskundige dossiervoering.

Erwin Gorissen, als NVAB-bestuurslid betrokken bij het project, vertelt over de aanleiding en aanpak van het project, en wat het uiteindelijk moet opleveren voor de dagelijkse praktijk van de bedrijfsarts.

Neem ons eens mee: wat houdt het project PGO en Werk precies in, en waarom is de NVAB dit gestart?

‘Het uiteindelijke doel is dat bedrijfsgeneeskundige gegevens, net als die van andere artsen en zorgverleners, beschikbaar komen in de PGO – de Persoonlijke Gezondheidsomgeving.

Die PGO komt voort uit een Europese wet, de European Health Data Space (EHDS). Daarmee krijgen burgers in de hele EU toegang tot hun eigen gezondheidsgegevens, op één centrale plek. Binnen Nederland is deze ontwikkeling vertaald naar de PGO. Veel partijen in de medische zorg zijn daar al op aangesloten, zoals huisartsen, apotheken en ziekenhuizen. Het is de bedoeling dat ook gegevens uit het medisch deel van het bedrijfsgeneeskundig dossier toegankelijk worden voor de werknemer via de PGO.

Wanneer mensen zelf hun gegevens kunnen inzien en bewaren, vergroot dat hun regie op gezondheid en werk. Op korte termijn kan het bijvoorbeeld helpen als een werkende kan zien welke werkdiagnose de bedrijfsarts hanteert. Herkent iemand zich daarin? Zo niet, dan kan dat besproken worden. Het bevordert daarmee de gezamenlijke afstemming.

Ook op de langere termijn is het belangrijk dat de werkende toegang heeft tot gegevens uit het bedrijfsgeneeskundig dossier. In ons veld is veel versnippering: werkgevers wisselen van arbodienst of bedrijfsarts, werkenden veranderen van werkgever. Het is soms moeilijk om een volledig beeld te krijgen van gezondheid en werk gedurende iemands loopbaan. En dat heb je wel nodig, bijvoorbeeld om later te kunnen aantonen of een aandoening door blootstelling op het werk is veroorzaakt.’

Het project bestaat uit twee onderdelen: een pilot en een nieuwe leidraad dossiervoering. Kun je uitleggen hoe die zich tot elkaar verhouden?

‘De pilot richt zich op het testen hoe de systemen die in de arbodienstverlening worden gebruikt technisch aangesloten kunnen worden op de PGO. Het andere deel van het project, de nieuwe leidraad, gaat over een fundamentelere vraag: wat leggen wij als bedrijfsartsen eigenlijk vast in het medisch deel van het dossier?

Om te kunnen bepalen wat je eventueel naar een PGO stuurt, moet je namelijk eerst afspreken wat je überhaupt vastlegt. We hebben allerlei leidraden over verschillende onderdelen van ons werk, maar geen leidraad die concreet beschrijft wat je tijdens een spreekuur uitvraagt, bespreekt en vastlegt. In de opleiding wordt daar wel aandacht aan besteed, maar er is geen gezamenlijk vastgestelde norm.’

Je bent bij dit project betrokken als voorzitter van de schrijfgroep van de leidraad dossiervoering. Wat houdt de leidraad precies in?

‘In de leidraad geven we een hoofdlijn aan: wat is nodig voor kwalitatief goede dossiervoering? Het is niet de bedoeling om te verplichten dat elke bedrijfsarts bij elk spreekuur tientallen punten uitvraagt en vastlegt. We zoeken naar het minimum dat nodig is om tot een goed advies te komen. Er zullen waarschijnlijk ook zaken zijn die “nice to have” zijn. We moeten nu selecteren: wat is echt noodzakelijk en wat is aanvullend?

De leidraad richt zich in eerste instantie op verslaglegging bij de sociaal medische begeleiding: het preventieve en het verzuimspreekuur. De bedrijfsarts doet natuurlijk meer, zoals keuringen en PAGO’s. Het is ook de bedoeling om deze in de toekomst mee te nemen, maar we beginnen met deze twee vormen van begeleiding omdat hier de subsidie nu op gericht is.

Voor de ontwikkeling van de leidraad spreken we met verschillende partijen uit het veld. Bedrijfsartsen zijn actief betrokken via focusgroepen. Daarnaast spreken we met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers, patiëntvertegenwoordigers en andere betrokkenen, zoals taakgedelegeerden, UWV, de opleidingsinstituten en leveranciers van verzuimsystemen.

Het doel is om consensus te bereiken over wat we belangrijk vinden om uit te vragen en vast te leggen. Enerzijds zijn er reeds bestaande concepten, zoals SOEP (Subjectief, Objectief, Evaluatie, Plan), dat ook in de huisartsenzorg wordt gebruikt. Anderzijds wordt er tegenwoordig steeds meer met het ICF-model gewerkt. We willen als bedrijfsartsen graag aansluiten bij de norm en onderzoeken hoe we dat het best kunnen doen.

Inmiddels zijn we gestart met een eerste opzet van de leidraad. Dit is nog een concept dat in meerdere rondes voor leggen aan de focusgroep en de andere betrokkenen. Tijdens de BG-dagen geven we een presentatie en halen we opnieuw input op. Daarna volgt in het najaar een consultatiefase.

Uiteindelijk willen we in april 2027 een concept leidraad voorleggen aan de ledenvergadering ter accordering.’

Presentatie van Erwin Gorissen en Arad Vice Birgooni tijdens de BG-dagen 2026.

Wat hoop je dat het project oplevert?

‘Ik hoop dat het duidelijk maakt waar wij als beroepsgroep van zijn. Als we opschrijven wat we uitvragen en vastleggen, laten we ook zien wat onze rol is. Dat we niet alleen kijken naar de medische klacht, maar naar het bredere sociaalgeneeskundige perspectief met een biopsychosociale bril. Ik zie het project daarom als een mooie professionaliseringsstap die aansluit bij onze Koers: de bedrijfsarts niet alleen als begeleider bij ziekte, maar ook als adviseur op het gebied van preventie en gezond werken.’

Meer lezen over het project PGO en Werk?

Ook interessant