Ga naar de inhoud

Beroepsziekten door gevaarlijke stoffen zijn te voorkomen. Toch worden gezondheidseffecten vaak pas laat herkend. Onderzoek van Amsterdam UMC en RIVM laat zien waar het in de praktijk vastloopt: in de samenwerking tussen bedrijfsartsen en arbeidshygiënisten.

Eén vraagstuk, twee vakgebieden

Om schade op tijd te signaleren, moet je blootstelling kunnen vertalen naar gezondheidseffecten, en andersom. Een arbeidshygiënist weet wat er op de werkvloer gebeurt. Een bedrijfsarts ziet de klachten op het spreekuur. Pas samen ontstaat het volledige beeld.

De onderzoekers interviewden 17 professionals: 9 arbeidshygiënisten en 8 bedrijfsartsen. Beide groepen voelen zich zeker binnen hun eigen vak. Maar, bij het leggen van de verbinding met het andere vakgebied voelen ze zich onzeker. Ze weten vaak niet wanneer ze elkaar moeten inschakelen of wat de ander precies doet. Sommige geïnterviewden wisten zelfs niet dat er binnen hun eigen arbodienst een arbeidshygiënist werkzaam was.

Wat staat samenwerking in de weg?

Deelnemers noemen een gebrek aan kennis over gevaarlijke stoffen. Volgens hen komt dat vooral doordat toxicologie relatief weinig aandacht krijgt in de opleiding en een bedrijfsarts in de huidige praktijk weinig in contact komt met werkenden die met stoffen werken.

Daarnaast speelt het stelsel een grote rol. Contracten met werkgevers zijn vaak gericht op verzuimbegeleiding, zijn kortlopend en laten weinig ruimte voor werkplekbezoek. De risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en het periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) sluiten bovendien slecht op elkaar aan. Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie voldoet maar 7 procent van de bedrijven die een aanvullende RI&E voor gevaarlijke stoffen moeten hebben aan de eisen.

Ook durf speelt mee. Wie preventie wil opnemen in een contract, moet dat bespreekbaar maken bij de werkgever. Een deel van de professionals is bang daarmee een opdracht te verliezen.

De motivatie is er wel

Alle deelnemers vinden samenwerking belangrijk en zijn gemotiveerd om aan preventie te werken. Een gezamenlijk werkplekbezoek noemen ze leerzaam en leuk: je kijkt met andere ogen naar dezelfde situatie.

De onderzoekers pleiten voor gezamenlijke scholing, interdisciplinaire richtlijnen en praktische hulpmiddelen die beide vakgebieden met elkaar verbinden. Beleidsmakers roepen ze op het stelsel kritisch te bekijken.

Preventie vraagt om samenwerking

Het onderzoek laat ook zien dat bedrijfsartsen voldoening halen uit preventief werk. Die rol wordt breder gezien: in de reactie op het SER-advies noemt het kabinet de bedrijfsarts een sleutel tot preventie. Dat past bij onze koers: gezond werken begint met preventie, en een bedrijfsarts kan juist op organisatieniveau veel betekenen. Bij gevaarlijke stoffen lukt dat het best samen met een arbeidshygiënist.

Zie ook

Ook interessant