Geplaatst 10 oktober 2023, laatst gewijzigd 17 april 2026
Wanneer een werknemer gegronde twijfels heeft over het advies van zijn bedrijfsarts, kan werknemer het advies laten beoordelen door een andere bedrijfsarts door middel van een second opinion.
Een second opinion is niet in iedere situatie het (meest) geschikte instrument. In sommige gevallen is de second opinion volgens de wet niet mogelijk of is er een alternatief instrument beschikbaar dat beter aansluit. Vindt de bedrijfsarts dat een second opinion niet de meest geschikte oplossing is, dan adviseert hij werknemer over eventuele andere mogelijkheden. Wilt werknemer tóch een second opinion aanvragen dan voldoet de bedrijfsarts in principe aan het verzoek, tenzij er een zwaarwegend argument is om dit niet te doen. De lat voor wat als een ‘zwaarwegend argument’ wordt aangemerkt ligt hoog, zo blijkt uit tuchtrechtspraak:
‘De maatstaf van ‘zwaarwegende argumenten’ op grond waarvan een second opinion kan worden geweigerd, is een strenge toets. In de memorie van toelichting op artikel 14 lid 2 sub g van de Arbeidsomstandighedenwet is als voorbeeld van dergelijke zwaarwegende argumenten waarop een weigering kan worden gebaseerd alleen ‘het nodeloos herhaald’ aanvragen genoemd.’ 1
Mocht de eigen bedrijfsarts een second opinion weigeren, dan dient hij dit besluit te kunnen onderbouwen en schriftelijk kenbaar te maken aan de werknemer. Indien werknemer van mening is dat de bedrijfsarts het verzoek om een second opinion onterecht heeft afgewezen kan de werknemer een klacht indienen bij de arbodienst of de bedrijfsarts. Iedere bedrijfsarts of arbodienst moet een klachtenprocedure hebben.
Lees meer