Ga naar de inhoud

Geplaatst 20 januari 2026

Als een zwangere werknemer zich vóór de start van haar WAZO-verlof ziekmeldt en de bedrijfsarts beoordeelt dat er mogelijkheden zijn om (gedeeltelijk) te werken, ontstaat soms de vraag of de werknemer verplicht kan worden om aangepast werk te verrichten. Over die verplichting bestaat in de praktijk nog onduidelijkheid.

Art. 29a lid 6 Ziektewet (ZW) bepaalt dat de vrouw die ongeschikt is voor haar arbeid als gevolg van de zwangerschap voorafgaand aan het verlof1 niet verplicht kan worden om passende werkzaamheden te zoeken en te verrichten. In de UWV-richtlijn Zwangerschap lijkt echter een onderscheid gemaakt te worden tussen de vrouw mét en zonder een werkgever (vanuit de WW): ‘De klant met werkgever is verplicht om het aangeboden aangepaste of andere werk te accepteren’. In de oude richtlijn kwam dit verschil nog explicieter naar voren (terwijl de wetsartikelen niet gewijzigd zijn): ‘De verplichtingen van de vrouw tegenover haar werkgever zijn anders dan haar verplichtingen tegenover UWV. De werkgever kan de vrouw op grond van artikel 7: 658a BW opdragen passend vervangend werk te verrichten – zowel vóór het zwangerschapsverlof als na het bevallingsverlof en hij kan haar loon inhouden als zij weigert om dit te doen (Artikel 7:629 BW)’. Kortom, art. 29a lid 6 ZW en de UWV-richtlijn Zwangerschap lijken niet overeen te komen.

Rol bedrijfsarts

Hoewel over de verplichting om aangepast werk te accepteren onduidelijkheid bestaat, is de rol van de bedrijfsarts is wel duidelijk. De bedrijfsarts adviseert immers conform de richtlijn Zwangerschap en Werk. Dat betekent dat de bedrijfsarts in voorkomende situaties adviseert over aanpassing van uren, van fysieke belasting, van (deel)taken, van afwisseling van houding, etc. Het is vervolgens aan werkgever en werknemer om die adviezen op te volgen in de praktijk. Bedoeling is dus het werk aan te passen waar nodig, naar eigen werk met aanpassingen of (eventueel) aangepast werk. Mocht er vervolgens discussie ontstaan over de vraag of de werknemer wel gehouden is om het aangeboden werk te accepteren, dan kan dit aan UWV voorgelegd worden middels een deskundigenoordeel.

1 Art. 29a lid 1 ZW

Ook interessant