Het kabinet publiceerde begin december 2025 de reactie op het vervolgadvies van de Sociaal-Economische Raad (SER) ‘Gezond en veilig werken door effectieve regels en preventie’. In de kabinetsreactie wordt het belang van preventie nadrukkelijk onderstreept en krijgt de bedrijfsarts een centrale rol toebedeeld. Daarmee sluit de reactie op meerdere punten aan bij de koers die de NVAB al langer uitdraagt. Hieronder lees je meer over een aantal onderwerpen in de reactie.
Arbobeleid richten op preventie
Om de toekomstbestendigheid van de arbozorg in Nederland te garanderen zet het kabinet in op preventie (het voorkomen van uitval door werk), innovatie van de arbodienstverlening, het verstevigen van de samenwerking tussen arbo(kern)deskundigen en het verbeteren van de samenwerking met de curatieve zorg.
Het kabinet erkent dat de inzet van bedrijfsartsen momenteel sterk is gericht op verzuimbegeleiding, waardoor preventieve onder druk staat. Uit de kabinetsreactie: “Om preventie in het arbostelsel beter van de grond te krijgen sluit het kabinet niet uit dat ook moet worden gekeken naar mogelijke aanpassingen in het stelsel. Het kabinet is blij dat de SER in het advies heeft aangegeven voor een onderzoek te zijn naar de mogelijkheden van alternatieve financiering van de arbozorg met het oog op preventie. Naar aanleiding hiervan start het kabinet een open traject, waarbij fundamentele vragen over positionering en financiering van de arbozorg aan de orde komen.
Ook wordt aangekondigd dat de maatwerkregeling het komende jaar geëvalueerd wordt. In theorie biedt die regeling ruimte voor preventie. In de praktijk worden echter eerder vaste afspraken gemaakt over verzuimbegeleiding, dan over de preventieve activiteiten die de arboprofessionals verplicht zijn aan te bieden.
Ook ziet het kabinet het structurele tekort aan bedrijfsartsen en zet het in op het vergroten van de opleidingsinstroom en op verantwoorde taakdelegatie en taakherschikking. Het ZonMW-programma Innovatieve Arbozorg moet daar, dankzij focus op preventie en samenwerking tussen professionals, aan bijdragen. Daarnaast ontwikkelt het RIVM praktische interventies die bedrijfsartsen kunnen helpen bij een meer preventieve aanpak in de praktijk. Hiermee kan de kwaliteit van de preventieve dienstverlening door de bedrijfsarts verbeterd worden.
Registratie blootstellingsgegevens
Het kabinet onderschrijft het belang van een betere registratie van gevaarlijke stoffen in bedrijven en het voorkomen van de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen. De SER wijst er terecht op dat (ex-)werkenden die aanspraak willen maken op de Tegemoetkoming stoffengerelateerde beroepsziekten (TSBregeling) zonder die blootstellingsgegevens moeilijk kunnen aantonen aan welke stoffen ze zijn blootgesteld. De aanbeveling te onderzoeken hoe de registraties van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen transparanter en efficiënter gedaan kunnen worden, neemt het kabinet over. Op dit moment voert de Lexces Academy, een onderdeel van Lexces (Landelijk expertisecentrum stoffengerelateerde beroepsziekten), een oriënterend onderzoek uit naar de manier waarop registratie van blootstelling aan gevaarlijke stoffen deugdelijk en langdurig kan plaatsvinden. De uitkomsten van dit onderzoek worden in 2026 verwacht.
Daarnaast lopen er verkenningen naar aansluiting van het arbeidsgerelateerde medische dossier op de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO). SZW is in gesprek met arbodiensten, VWS, beroepsorganisaties en sociale partners om de mogelijkheden te verkennen om het arbeidsgerelateerde medische dossier van werkenden hierop aan te laten sluiten.
Er wordt ook gewerkt aan een betere aansluiting tussen bedrijfsgezondheidszorg en curatieve zorg, onder meer door arbeidsparticipatie explicieter op te nemen in medisch-specialistische richtlijnen. Daarvoor ontwikkelden we samen met de medisch specialisten de richlijnmodule Arbeidsparticipatie voor medisch specialistische richtlijnen.
Tot slot blijft het kabinet inzetten op de aanpak van psychosociale arbeidsbelasting, waaronder werkdruk, ongewenst gedrag en de invloed van hybride werken.
Reactie NVAB: erkenning én opdracht om door te pakken
De NVAB ziet in de kabinetsreactie een duidelijke erkenning van de rol van de bedrijfsarts als geneeskundig specialist in preventie en duurzame inzetbaarheid. Dat het kabinet expliciet benoemt dat de huidige focus op verzuim ten koste gaat van preventie, sluit aan bij de NVAB-koers voor de bedrijfsgeneeskunde, waarin preventie, samenwerking en kwaliteit centraal staan.
Wij waarderen dat het kabinet de knelpunten erkent en inzet op structurele oplossingen, die al ingezet zijn of nog onderzocht moeten worden. Ook een gesprek over aanpassingen in het stelsel worden niet geschuwd. Wel adviseren we niet alleen de maatwerkregeling te onderzoeken, maar ook de vangnetregeling. In beide situaties komen zowel goede voorbeelden voor als vele situaties die om verbetering vragen. De vraag die onderzocht moet worden is of dit afhangt van de regeling zelf of van andere componenten, zoals de financiering en toezicht vanuit de Nederlandse Arbeidsinspectie.
De aandacht voor digitalisering en gegevensdeling sluit nauw aan bij lopende NVAB-initiatieven. Dat ook blootstellingsgegevens op termijn mogelijk onderdeel kunnen worden van de PGO, biedt kansen voor preventie en voor het beter onderbouwen van beroepsziekten. ZonMW verleende subsidie voor het project PGO en werk, dat de NVAB samen met de Patiëntenfederatie en de Stichting MedMij uitvoert. NVAB-project PGO en werk gestart – NVAB.
Wij blijven ons inzetten voor een sterke, preventief werkende bedrijfsgeneeskunde, in nauwe samenwerking met andere artsen en professionals. De kabinetsreactie bevestigt dat deze koers breed wordt gedeeld – en onderstreept tegelijk de noodzaak om samen door te werken aan de verdere ontwikkeling van het vak. Als NVAB zijn we betrokken bij de genoemde ontwikkelingen.
Heb je een vraag? Neem dan contact met ons op!