Problematisch middelengebruik en verslaving* komen overal voor. Ook onder artsen en andere zorgprofessionals. De ABS-artsen toolkit ondersteunt artsen en organisaties in de zorg bij het creëren van een gezond en veilig werk- en leerklimaat waarin verslaving als ziekte wordt behandeld en problematisch middelengebruik en verslaving bespreekbaar worden gemaakt.

Vier onderdelen
De ABS-artsen toolkit bestaat uit vier onderdelen. Per onderdeel vind je handvatten en achtergrondinformatie die jou en je organisatie helpen beleid gericht op middelengebruik en verslaving te ontwikkelen, het onderwerp bespreekbaar te maken, kennis hierover te vergroten en mee te verspreiden.
De toolkit
De ABS-artsen toolkit is ontwikkeld vanuit het programma ABS-artsen. ABS-artsen is er voor artsen en hun omgeving bij problematisch middelengebruik en verslaving. Het Steunpunt ABS-artsen biedt vertrouwelijke hulp, advies, begeleiding en/of monitoring. Verder werkt ABS-artsen aan het bespreekbaar maken van problematisch middelengebruik en verslaving in de gezondheidszorg. De afkorting in ABS-artsen staat voor abstinentie – onthouding van verslavende middelen – en het antiblokkeersysteem van een auto.
* In de DSM-5 wordt niet meer gesproken van misbruik en afhankelijkheid, maar van stoornissen in het gebruik van middelen en bijvoorbeeld gokstoornis. In onze communicatie hebben we de volgende keuze gemaakt: we gebruiken de term verslaving om stoornissen in middelengebruik en gedragsverslaving aan te duiden. Bij gedragsverslaving kunt u denken aan gok-, game- en seksverslaving. Omdat in de volksmond en de praktijk nog veel gesproken wordt over problematisch middelengebruik en verslaving, hanteren wij tevens deze termen in het kader van bewustwording en vroegsignalering.