Kwaliteit van de opleiding

Hoe ziet een kwalitatief goede opleiding tot sociaal geneeskundige (artsen maatschappij & gezondheid, verzekeringsartsen en bedrijfsartsen) eruit? En hoe zorg je dat die kwaliteit hoog blijft en verder verbetert?

KOERS en Kwaliteitskader
Om deze vragen te beantwoorden, ontwikkelde de NVAB samen met de andere sociaal geneeskundige beroepsverenigingen verenigingen (KAMG en NVVG) een kwaliteitsvisie en kwaliteitssysteem. Deze zijn verwoord in KOERS en het bijbehorende Kwaliteitskader. Het gaat om een intern, cyclisch kwaliteitssysteem waarmee de sociale geneeskunde zelf de kwaliteit van de opleidingen systematisch toetst en borgt.
 
Handreiking Praktijkopleiders
KOERS vormt ook de basis voor de nieuwe Landelijke Opleidingsplannen van de KAMG (artsen maatschappij & gezondheid), NVVG (verzekeringsartsen) en NVAB (bedrijfsartsen) en verder voor de Handreiking Praktijkopleider. De Handreiking gaat in op de positie en rol van praktijkopleiders en biedt een profielschets voor sociaal-geneeskundige praktijkopleiders. 
 
Landelijk professionaliseringsplan voor praktijkopleiders sociale geneeskunde
In het Landelijk professionaliseringsplan voor praktijkopleiders (LPP) zijn bovenstaande uitgangspunten vertaald naar de opleiding voor praktijkopleiders. Het LPP is door de besturen van KAMG, NVVG en NVAB vastgesteld en per 1 januari 2018 in werking getreden.

Het LPP kent een basisscholing en een vervolgtraject. De basisscholing is voor nieuwe opleiders die (nog) geen erkenning hebben en bestaat uit 5 modules die in 6 dagen gedurende 1,5 jaar worden gevolgd:

  • Startmodule van 2 dagen: competentiegericht opleiden algemeen en leren begeleiden op de werkplek
  • 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 1
  • 1-daagse module: feedback, toetsen en beoordelen
  • 1-daagse module: competentiegericht begeleiden deel 2
  • 1-daagse module: organiseren, samenwerken, professionaliteit. 

Naast het cursorisch onderwijs doet de praktijkopleider-i.o. ervaring op met het begeleiden van een of meerdere aios. Ook voert hij/zij een aantal praktijkopdrachten uit om zich de didactische competenties eigen te maken. Het praktijkdeel van de scholing wordt begeleid door een senior praktijkopleider, de zgn. buddy. Deze fungeert als sparringpartner voor de praktijkopleider-i.o., geeft feedback en ziet erop toe dat het praktijkdeel van de scholing naar behoren wordt afgerond.

Aan het eind van het scholingstraject geeft het opleidingsinstituut, mede op basis van input van de buddy, een eindverklaring af, waarmee de praktijkopleider de definitieve erkenning bij de RGS kan aanvragen.
Lees meer over de procedure in dit document.

Reeds erkende praktijkopleiders behouden hun erkenning en hoeven de basisscholing niet nog eens te doorlopen.
Het vervolgtraject is bedoeld voor erkende opleiders en bestaat uit jaarlijks 2 contactdagen, deelname aan intervisie voor opleiders en aantoonbare deelname aan activiteiten op het gebied van ontwikkeling/kwaliteitsborging van de opleiding.

NB. De te volgen scholing wordt geaccrediteerd en deze ‘punten’ tellen mee voor de herregistratie als specialist.

Meer lezen?