Ga naar de inhoud

Nederland telt ruim 640.000 mensen met astma en ruim 613.000 met COPD. Werk is hierin een factor van belang: bij 15% van de patiënten speelt beroepsmatige blootstelling aan stoffen, gassen, dampen en rook een rol in het ontstaan van de ziekte. Astma en COPD kunnen ernstige gevolgen hebben voor het werkvermogen van mensen. Ruim een op de vijf patiënten heeft problemen om zijn werk uit te voeren of te behouden. Grote aantallen werknemers hebben dus met deze problematiek te maken.

Belemmering van het werkvermogen

Door de klachten die hun ziekte veroorzaakt, kunnen werknemers problemen ervaren bij het uitvoeren van hun werkzaamheden. Denk bijvoorbeeld aan kortademigheid en vermoeidheid bij zwaar lichamelijk werk. Daarnaast kunnen werkgerelateerde risico’s de klachten verergeren of veroorzaken. Dit geldt met name voor blootstelling aan allergene en inhaleerbare luchtwegprikkelende stoffen (astma) en blootstelling aan damp, gas, stof en/of rook (COPD).

Zelden contact met bedrijfsarts

Het is belangrijk dat werknemers met astma of COPD deskundige begeleiding en advies krijgen. Op die manier kunnen zij hun werkzaamheden zo goed mogelijk afstemmen op hun mogelijkheden en beperkingen. Ook kan het contact aanleiding zijn voor advies aan de werkgever over vermindering van de werkgerelateerde risico’s. Niet alleen voor de patiënt maar voor álle werknemers, om te voorkomen dat zij ook klachten ontwikkelen. Van de mensen met betaald werk, heeft maar 15% van de astmapatiënten en 7% van de COPD-patiënten contact met de bedrijfsarts. Hier is dus nog een wereld te winnen.

Bij blootstelling aan allergene stoffen en/of inhaleerbare luchtwegprikkelende stoffen kan er een verhoogd risico op werkgerelateerd astma zijn. Hier vind je een pdf met een overzicht van de stoffen waarbij er een verhoogd risico is. De arbeidshygiënist kan, onder meer door het doen van metingen, bepalen of er een gezondheidsrisico is.

Hier vind je een pdf met een overzicht van werkomgevingen en dampen, gassen, stoffen en rook waarvan een duidelijke relatie met COPD is beschreven. De arbeidshygiënist kan, onder meer door het doen van metingen, bepalen of er een gezondheidsrisico is.

Ja, je kunt altijd naar de bedrijfsarts (zie ook vraag 6). De bedrijfsarts speelt niet alleen een rol na een diagnose van astma of COPD, maar juist ook bij de preventie. Werknemers kunnen ook zonder klachten bij de bedrijfsarts terecht. De bedrijfsarts kan individuele werknemers adviseren over preventieve maatregelen. Daarnaast kan hij kan zo’n melding als signaal zien voor onderzoek naar het blootstellingsrisico binnen het betreffende bedrijf. Is het blootstellingsrisico onvoldoende aangepakt, dan kan hij maatregelen adviseren die het ontstaan van de ziekte kunnen voorkomen.

Astma en COPD worden vaak in één adem genoemd. Ook de NVAB doet dit, omdat deze luchtwegaandoeningen dicht bij elkaar liggen. Maar in feite is er geen relatie tussen beide ziekten. Ze kunnen los van elkaar of tegelijkertijd optreden. We zetten de belangrijkste kenmerken naast elkaar:

 AstmaCOPD
LeeftijdAlle leeftijdenMeestal >40 jaar
OorzaakAllergie, overgevoeligheid en/of erfelijkheidVoornamelijk door roken
Belangrijkste symptomenPeriodieke kortademigheid, hoesten en piepen op de borstChronisch hoesten, opgeven van sputum (slijm) en kortademigheid
LongfunctieOverwegend normaalBlijvend verminderd
ZiektebeloopOverwegend gunstig, met variabele symptomenOverwegend chronisch, met geleidelijk erger wordende symptomen
Levensverwachting(Vrijwel) normaal bij optimale behandelingVerminderd, ook bij optimale behandeling

Astma- en/of COPD-klachten kunnen op twee manieren werkgerelateerd zijn:

  • Astma en COPD kunnen worden verergerd door omstandigheden op het werk. Denk bijvoorbeeld aan blootstelling aan bepaalde stoffen.
  • Astma of COPD kan ook een gevolg zijn van blootstelling aan stoffen op het werk. Heeft de blootstelling in overwegende mate (meer dan 50%) in het werk of de werkomstandigheden plaatsgevonden, dan is er formeel sprake van een beroepsziekte.

Omstandigheden op het werk spelen bij ongeveer 15% van de patiënten een rol in het ontstaan van de ziekte. Ook als de ziekte niet werkgerelateerd is, kunnen patiënten tijdens het werk een verergering van de klachten ervaren als gevolg van de ziekte.

Nee, dat is beslist niet het geval. Werknemers kunnen de bedrijfsarts altijd, dus ook zonder ziekmelding, vertrouwelijk raadplegen.

Wettelijk recht om bedrijfsarts te raadplegen

Artikel 14 lid 2 sub e van de Arbowet geeft werknemers het recht om naar eigen inzicht en op eigen initiatief de bedrijfsarts te raadplegen over vraagstukken op het gebied van gezondheid en werk. De werkgever is verplicht hiervoor een doeltreffende toegang tot de bedrijfsarts te garanderen. Dit betekent onder meer dat hij werknemers moet voorlichten over de beschikbaarheid van deze geneeskundige specialist. En dat de werknemer geen toestemming hoeft te vragen om de bedrijfsarts te bezoeken. Verder is wat de werknemer met de bedrijfsarts bespreekt uiteraard vertrouwelijk, het valt onder het medisch beroepsgeheim. De bedrijfsarts mag dit nooit zonder uitdrukkelijke toestemming van de werknemer met de werkgever delen.

De bedrijfsarts kan inventariseren welke knelpunten het lastiger of zelfs onmogelijk maken om het werk uit te voeren. Dat kunnen persoonlijke, ziekte- of werkgerelateerde factoren zijn, zoals:

  • zwaar lichamelijk werk;
  • (a)specifieke prikkels in de werkomgeving;
  • kortademigheid;
  • (onjuist) medicijngebruik.

Zijn de knelpunten eenmaal in beeld, dan kan de bedrijfsarts met de werknemer overleggen over aanpak daarvan. Daarna kan de bedrijfsarts helpen om het verloop van de klachten te controleren: gaat het beter, of zijn aanvullende maatregelen nodig? Waar nodig kan hij ook overleggen met de huisarts en/of longarts.

De bedrijfsarts kan:

  • de werknemer begeleiden naar een functie zonder blootstelling, als het niet mogelijk is om de blootstelling in de huidige functie voldoende te verminderen;
  • (laten) bepalen hoe groot de blootstelling in het werk is aan de stof die de klachten veroorzaakt;
  • in overleg met werknemer en werkgever beoordelen wat de mogelijkheden zijn om de blootstelling te verminderen.

Astma

Werknemers met astma kunnen zelf veel doen om hun klachten te beperken en problemen bij de uitvoering van hun werk te voorkomen.

  • Stoffen vermijden waar ze allergisch voor zijn.
  • Astma-aanvallen bestrijden met behulp van medicijnen.
  • Voldoende bewegen: hierdoor worden patiënten minder snel moe en herstellen ze sneller van bijvoorbeeld griep.
  • Bewust omgaan met hun energie.

COPD

Werknemers met COPD kunnen zelf een aantal dingen doen om hun klachten te beperken en problemen bij de uitvoering van hun werk te voorkomen.

  • Stoppen met (mee)roken. De bedrijfsarts kan hier ook bij helpen. De NVAB is daarom het project ‘Rookvrije organisatie’ gestart.
  • Voldoende bewegen: hierdoor worden patiënten minder snel moe en herstellen ze sneller van bijvoorbeeld griep.
  • Bewust omgaan met hun energie.
  • Accepteren dat de ziekte beperkingen met zich meebrengt: dit kan patiënten helpen om zich beter te voelen. Er zijn trainingen die mensen met COPD leren om te gaan met hun problemen.
  • Zorgen voor goede en gezonde voeding. Bij over- of ondergewicht kan een diëtist helpen.
  • Bij smog en warm weer binnen blijven en inspanning vermijden.

Jazeker, zo’n richtlijn is beschikbaar. De NVAB-richtlijn Astma en COPD bevat concrete handvatten voor het handelen van de bedrijfsarts bij de diagnose astma of COPD. De richtlijn focust op:

  • Het voorkomen van werkgerelateerd astma en/of COPD.
  • De preventie van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid van mensen met astma en/of COPD.
  • Het behouden van en de terugkeer naar werk als een werknemer met (werkgerelateerd) astma en COPD te maken heeft.

In 2019 bijgewerkt

De richtlijn Astma en COPD is in 2019 bijgewerkt. Naast de richtlijn zelf zijn beschikbaar:

Een NVAB-themapagina over astma/COPD en werk

Een achtergronddocument (pdf) bij de richtlijn Astma en COPD (NVAB, 2019)

Een samenvatting van de richtlijn voor astma (NVAB, 2019)

Een samenvatting van de richtlijn voor COPD (NVAB, 2019)

Antwoord op veelgestelde vragen over de richtlijn (NVAB, 2019)

Huisartsen zijn vaak de eerste artsen die mensen met luchtwegklachten zien. De huisarts kan bij een vermoeden van astma of COPD een longfunctietest en bloedonderzoek naar allergieën (laten) uitvoeren. Is de diagnose gesteld, dan werkt de huisarts vaak samen met andere zorgverleners voor een optimale behandeling. Bij milde klachten is de huisarts of praktijkondersteuner meestal het eerste aanspreekpunt voor patiënten.

Praktijkondersteuners zijn in dienst bij de huisartsenpraktijk. Ze verzorgen de controle voor verschillende chronische ziekten, waaronder astma en COPD. Mensen die onder controle zijn bij de huisarts, krijgen vaak begeleiding, coaching en onderzoek door de praktijkondersteuner. Bij milde klachten is de praktijkondersteuner of huisarts meestal het eerste aanspreekpunt voor patiënten.

Longartsen komen in beeld na verwijzing door de huisarts. Zij kunnen aanvullend onderzoek uitvoeren. Bij ernstige klachten is de longarts of longverpleegkundige meestal het eerste aanspreekpunt voor patiënten.

Longverpleegkundigen geven onder meer voorlichting over de ziekte, de medicijnen en mogelijke bijwerkingen daarvan. Bij ernstige klachten is de longverpleegkundige of longarts meestal het eerste aanspreekpunt voor patiënten.

(Long)fysiotherapeuten kunnen mensen met COPD helpen bij het ademen in rust of tijdens beweging. Ze kunnen ook helpen bij het aanleren van een goede manier van hoesten, zodat patiënten beter slijm op kunnen hoesten en minder benauwd zijn. Verder kan de fysiotherapeut een trainingsschema opstellen dat bij de individuele patiënt past, afgestemd op de ziekteklachten. Mensen met astma of COPD kunnen ook bij een (long)fysiotherapeut terecht voor longrevalidatie.

Diëtisten kunnen helpen bij het bestrijden van door COPD veroorzaakt over- of ondergewicht. Ook mensen met astma die moeite hebben met gezond en gevarieerd eten kunnen bij de diëtist terecht. De huisarts en bedrijfsarts kunnen doorverwijzen.

Werkgevers/leidinggevenden weten niet altijd dat hun werknemer astma of COPD heeft. Bij verzuim zijn ze daar over het algemeen wel van op te hoogte en maken ze met de werknemer concrete afspraken over terugkeer op de werkvloer (re-integratie). Werkgevers en leidinggevenden zijn ook niet altijd op de hoogte van het chronische aspect van de ziekte. Tot slot weten werkgevers en leidinggevenden lang niet altijd dat de bedrijfsarts een positieve bijdrage kan leveren aan het vinden van balans en een werkend perspectief.

Professionals HR, arbo en verzuim vormen een rijkgeschakeerde groep van HR-medewerkers, preventiemedewerkers, arbocoördinatoren, casemanagers, verzuimconsulenten en dergelijke. Met een deel van deze groep krijgen werknemers alleen te maken als er sprake is van een ziekmelding. Dit gebeurt bij astma of COPD vaak niet of pas jaren na de diagnose. Al deze professionals zijn erop gericht om namens de werkgever optimaal functioneren te bevorderen en verzuim zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken.

Arbeidshygiënisten kunnen onder meer vaststellen of werknemers blootgesteld worden aan gevaarlijke stoffen. Zo kunnen ze in samenwerking met de bedrijfsarts kijken of er gevolgen zijn voor de gezondheid en beoordelen of er preventieve maatregelen moeten worden genomen.

Onze themapagina Astma en COPD is een handig vertrekpunt. Verder is op de website van het Longfonds veel informatie te vinden.

Uitgelicht

Ook interessant