Uit het onderzoeksrapport ‘Prikkels voor preventie op het werk’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid blijkt dat een gebrek aan kennis, capaciteit en ervaren noodzaak de belangrijkste belemmeringen zijn voor investeringen in preventie door werkgevers. De kosten zijn van minder belang. Het rapport is deze week naar de Tweede Kamer gestuurd.

Scheefgroei in basiscontracten tussen verzuimadvies en preventie
Het onderzoek door SEO Economisch Onderzoek brengt in kaart welke financiële prikkels werkgevers kunnen aanzetten tot meer investeren in preventie. Daarbij richtte het zich op preventieve investeringen die direct bijdragen aan de naleving van de Arbowet, zoals het uitvoeren van een RI&E, het beheersen van arborisico’s en het voorkomen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
“Hoewel er veel informatie beschikbaar is over de Arbowet, sluit deze volgens werkgevers vaak onvoldoende aan op hun eigen werkpraktijk. Zij weten daarom niet goed hoe ze bijvoorbeeld een RI&E en plan van aanpak goed moeten opstellen.”, schrijven de onderzoekers. Daarbij vermelden ze ook dat de deskundigen die daarbij kunnen helpen, zoals arbodeskundigen, nog beperkt worden betrokken bij beslissingen over preventieve maatregelen. Een cijfer uit het onderzoek illustreert dit scherp: Slechts 41 procent van de basiscontracten met arbodiensten bevat advisering over preventie, tegenover 94 procent verzuimbegeleiding. “Hierdoor ontbreekt regelmatig de ondersteuning die nodig is om wettelijke verplichtingen om te zetten in effectieve preventiemaatregelen.”
De bedrijfsarts moet zichtbaar en beschikbaar zijn als adviseur
Deze uitkomst onderstreept de thema’s in de Koers: de bedrijfsarts kan met bedrijfsgeneeskundig organisatieadvies de praktische ondersteuning bieden die werkgevers volgens dit onderzoek missen. Het bevestigt ook de noodzaak om preventie prioriteit te geven. Door de huidige grote vraag naar verzuimbegeleiding is dat op korte termijn een uitdaging, maar, schrijft het rapport: “Op lange termijn kan een verschuiving naar meer preventie echter leiden tot minder verzuim, waardoor bedrijfsartsen en kerndeskundigen meer ruimte krijgen voor preventieve taken.” Het onderzoek laat zien dat de rol van de bedrijfsarts en hoe die de werkgever kan helpen bij het voldoen aan wettelijke taken, zoals een goede RI&E, meer bekendheid nodig heeft. Daarom vinden wij het belangrijk dat we als bedrijfsartsen naar voren stappen en zichtbaar zijn in organisaties.
Zes financiële instrumenten zijn onderzocht, waaronder een verplicht preventiebudget en fiscale stimulansen, maar alleen subsidiëring van brancheverenigingen komt als kansrijk uit de bus. Financiële prikkels lijken alleen te werken volgens het onderzoek als ze het gebrek aan kennis, capaciteit en ervaren noodzaak wegnemen. Werkgevers hebben vooral behoefte aan praktische, sectorspecifieke ondersteuning, niet aan extra regels of prikkels.
De inhoudelijke kabinetsreactie met concrete maatregelen volgt dit najaar. We volgen deze ontwikkeling op de voet en brengen, waar relevant, de kennis en ervaring van bedrijfsartsen in bij het vervolgtraject.