Wanda de Kanter: “De bedrijfsarts zorgt voor verbinding in een rookvrije organisatie”

7 juli 2020

Geen rookhokken meer met spelcomputers en geen afdakje met een asbak ernaast bij de ingang: in 2040 zijn alle organisaties rookvrij. Dat is een van de doelstellingen van het Nationaal Preventieakkoord, dat ruim 70 verschillende organisaties, waaronder de NVAB, en het kabinet in 2018 ondertekenden. Hoe kunnen we als bedrijfsartsen bijdragen aan een rookvrije organisatie? En hoe brengen we het onderwerp ‘stoppen met roken’ ter sprake tijdens een consult?

Wanda de Kanter, longarts, opichter Stichting Rookpreventie JeugdWanda de Kanter, longarts in het Antoni van Leeuwenhoek en oprichter van de Stichting Rookpreventie Jeugd, ziet de bedrijfsarts als een spin in het web die op verschillende vlakken bij kan dragen aan het rookvrij maken van een organisatie. De bedrijfsarts kan zowel de werkgever als de werknemer adviseren over dit onderwerp.

“Als bedrijfsarts vorm je de verbinding tussen het bestuur en de werknemers. Je kunt bijvoorbeeld naar de raad van bestuur gaan en zorgen dat het onderwerp stoppen met roken hoog op de agenda komt te staan. Of ga het gesprek aan met HR over het rookvrij maken van de hele organisatie.” - Wanda de Kanter

Draagvlak creëren

“Er zijn tal van argumenten waarmee je als bedrijfsarts aan kunt kloppen bij het bestuur, die je als reden aan kunt dragen om de organisatie rookvrij te maken,” vertelt de Kanter. “Ten eerste heeft het natuurlijk voordelen voor de gezondheid van de werknemer. Stoppen met roken vergroot de kans op een langer leven in betere kwaliteit. Voor de werkgever is het verminderen van verzuim een groot voordeel. Rokers nemen gemiddeld drie weken aan rookpauzes per jaar, ze zijn anderhalf keer zo vaak ziek als werknemers die niet roken, en als ze ziek zijn zijn ze ook nog eens anderhalf keer zo lang ziek. Daarnaast zijn rokers extra gevoelig voor virussen, waaronder het coronavirus. Mensen die gestopt zijn met roken merken dat ze weer energie krijgen om dingen te doen, energie die ze misten toen ze nog rookten. Bovendien wil 80% van de rokers stoppen. Het rookvrij maken van de organisatie sluit dus aan bij de (vaak onbewuste) wensen van rokers. In eerste instantie zijn ze misschien boos, net als bij de invoering van het rookverbod in de horeca. Maar achteraf zijn ze blij dat ze hierdoor geholpen worden om te stoppen. En omdat de meeste mensen werken, is het juist zo belangrijk om ervoor te zorgen dat bedrijven rookvrij zijn. Zo worden mensen die willen stoppen overdag niet langer herinnerd aan een sigaret.”

Ben je bedrijfsarts en wil je aan de slag met het rookvrij maken van je organisatie? Maak er dan voldoende tijd voor vrij. In je eigen agenda, maar ook in die van anderen. Het rookvrij maken van de organisatie is niet iets om even snel van een lijstje af te vinken, vindt de Kanter: “Het vergt een lange voorbereiding. Je moet als bedrijf laten zien hoe belangrijk je het vindt om deze stap te maken, en dat je werknemers stoppen met roken. Betrek de top daar ook bij, organiseer bijvoorbeeld een bijeenkomst waar de topman of -vrouw kan vertellen waarom dit zo belangrijk is. Al in 2008 heeft Nout Wellink een toespraak gegeven voor het personeel van De Nederlandsche Bank. Daarin vertelde hij over de vrienden die hij heeft verloren aan longkanker. ‘Doe het niet voor mij, maar doe het voor jezelf,’ zei hij. Zo creëer je een breder draagvlak binnen de organisatie. Want je kunt het je werknemers niet verplichten om te stoppen met roken, maar je kunt ze wel motiveren en helpen.”

Toch hoef je niet altijd zelf de stap te zetten naar het bestuur. “Soms komt er vanuit het bestuur of HR een concrete vraag waar je als bedrijfsarts mee aan de slag kunt”, vertelt Marcel de Ree, arts bij Zorg van de Zaak. “Bijvoorbeeld een werknemer met een dubieuze levensstijl waarvan ze het verzuim willen verminderen. Deelname aan een stoppen met roken programma kan een van de mogelijke oplossingen zijn.”

Weg met het gezellige rookhok

Als je werknemers eenmaal aanspoort om te stoppen met roken, moet je ook doorpakken. De ondersteuning die nodig is, kun je als bedrijfsarts zelf bieden of uitbesteden, bijvoorbeeld aan een rookstopcoach. “Laat je werknemers niet in de kou staan door alleen te zeggen dat ze moeten stoppen met roken en ze vervolgens niet te begeleiden. Dan worden mensen koppig. Iedereen kan stoppen met roken, maar je moet niet verwachten dat mensen het altijd zelf kunnen. Roken is geen gewoonte, maar een ernstige verslaving. Sommige mensen hebben een soort verslavingsgen waardoor het voor hen extra moeilijk is om te stoppen,” licht de Kanter toe. “Marginaliseer of criminaliseer rokende werknemers dus niet. Maar zorg er tegelijkertijd voor dat je roken niet faciliteert. Bij Holland Casino hadden ze bijvoorbeeld een heel gezellig rookhok, waar je onder het roken ook nog eens een spelletje kon spelen. De verleiding om te roken is dan wel erg groot. ‘’

Een lastige doelgroep zijn de werknemers met een lage sociaal economische status, beaamt De Kanter: “Van de mannen tussen de 18 en 45 met alleen een vmbo diploma rookt maar liefst de helft. Een kwart van deze mensen zal door het roken zijn pensioen niet eens halen! Veel van hen roken uit verveling. Een goede manier om hen te helpen is om een alternatief te bieden. Bijvoorbeeld een ruimte waar ze tijdens de pauze even televisie kunnen kijken. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat voor deze doelgroep het geven van beloningen aan degenen die stoppen met roken goed kan werken. Bijvoorbeeld in de vorm van extra vrije tijd of geld. Uitgestelde beloningen werken niet, dus het heeft geen zin om tegen deze mensen te zeggen ‘denk eens aan het geld wat u zult besparen als u stopt met roken’. ”

Niet dreigen, maar motiveren

Kun je werknemers het beste collectief of individueel begeleiden in het stoppen met roken? Volgens De Kanter heeft het allebei voor- en nadelen: “Het hangt sterk af van de middelen die je als bedrijfsarts tot je beschikking hebt. Om een groep te kunnen begeleiden heb je een goede training nodig. Het nadeel van het stoppen met een groep is dat als één iemand een terugval heeft, de rest snel kan volgen. Bedenk ook dat je als bedrijfsarts niet alles zelf hoeft te doen. Je kunt ook regelen dat er vanuit het bedrijf een rookstop wordt gefaciliteerd, of dat er mensen worden opgeleid tot rookstopcoach.”

Wat je vooral niet moet doen, is dreigen: “Dreiging werkt averechts, en je hebt bovendien niet het recht om iemand iets te verbieden,” legt De Kanter uit. “Zeg dus niet: ‘je moet stoppen met roken want anders krijg je kanker’, maar ga uit van de belevingswereld van de cliënt.” De Ree is het daar mee eens: “Vragen of iemand hier over wil praten is essentieel om een gesprek over een moeilijk onderwerp te beginnen. Als bedrijfsarts moet je subtiel ingaan op wat de cliënt vertelt, en op basis van gelijkwaardigheid een gesprek voeren.” De Kanter vervolgt:“Laat iemand er door motiverende gespreksvoering zelf achter komen waarom hij of zij rookt, en waarom hij of zij wel of juist niet wil stoppen. De redenen die de cliënt noemt, kun je vervolgens gebruiken als ingang. Gaat het gesprek nog niet over roken maar wil je het wel ter sprake brengen? Vraag dan of de cliënt het goed vindt als jullie het ook even over roken hebben. Is het antwoord nee, druk dan niet door maar geef dan gelijk aan dat je er de volgende keer op terug zult komen. En leg ook vooral uit hoe een rookverslaving in elkaar zit, dan begrijpen mensen beter waarom ze steeds weer naar een sigaret hunkeren.”

De Kanter ziet de toekomst rooskleurig in: “Het wordt mensen steeds makkelijker gemaakt om te stoppen: de pakjes sigaretten worden duurder, en de merken gaan binnenkort van de verpakkingen af. Ook verdwijnen er steeds meer verkooppunten. En wist je dat er in sommige landen tijdens de coronacrisis geen sigaretten verkocht mogen worden? Sigaretten vallen daar niet onder de primaire levensbehoeftes.”

Tips om zelf aan de slag te gaan

Wil je als bedrijfsarts aan de slag met het rookvrij maken van je organisatie? Deze tips helpen je op weg:

  • Breng stoppen met roken in een consult altijd ter sprake. Vraag of hij of zij ervoor openstaat om het te hebben over stoppen met roken. Is het antwoord nee? Laat dan weten dat je er in een volgend gesprek op terugkomt.
  • Gebruik motiverende gespreksvoering om een cliënt er zelf achter te laten komen waarom hij of zij rookt, en of hij of zij wil stoppen. De redenen die hij of zij aandraagt, kun je vervolgens gebruiken als ingang om het onderwerp stoppen met roken ter sprake te brengen..
  • Betrek het bestuur bij het rookvrij maken van de organisatie. Draag als bedrijfsarts argumenten aan die bestuurders kunnen gebruiken om te vertellen hoe belangrijk zij het vinden dat hun werknemers stoppen met roken.
  • Leestips: In het boek Motiveren kun je leren leggen Wanda de Kanter en Pauline Dekker uit hoe het motiverende gesprek werkt. En Marcel de Ree raadt het boek Nederland stopt! met roken aan. “Met dit boek kun je het stoppen met roken op een natuurlijke manier ter sprake brengen,” aldus Marcel de Ree.

Rookvrije organisatie: onmisbaar voor een gezondere generatie

Jaarlijks sterven 35.000 Nederlanders aan de gevolgen van roken, overgewicht of problematisch alcoholgebruik. Door dit aan te pakken, kan de gezondheid van veel Nederlanders verbeteren. De bedrijfsarts heeft hier een belangrijke rol in. Daarom ondertekende de NVAB het Nationaal Preventieakkoord.

Met het project Rookvrije Organisatie wil de NVAB mensen actief op weg helpen naar een gezonder en vrijer leven. Op basis van een enquête onder bedrijfsartsen werkt het project aan handige producten met onder meer een praktische wegwijzer en deskundigheidsbevordering die je kunt gebruiken in jouw dagelijkse praktijk. Kijk op www.nvab-online.nl/rookvrijeorganisatie